Wat magma precies is
Magma is gesmolten gesteente dat zich onder het aardoppervlak bevindt. Het zit opgesloten in magmakamers diep in de aardkorst. Dit gesteente smelt door enorme druk en hoge temperatuur in de aardmantel. Magma is een mengsel van vloeibaar gesteente, kristallen en gassen zoals waterdamp en kooldioxide. Omdat magma lichter is dan het vaste gesteente eromheen, heeft het de neiging om langzaam omhoog te bewegen.
De samenstelling en eigenschappen van magma
De samenstelling van magma bepaalt hoe stroperig het is en hoe een vulkaan uitbarst. Silicarijk magma is dik en taai en kan leiden tot explosieve uitbarstingen, omdat gassen moeilijk kunnen ontsnappen. Silicaarm magma is veel vloeibaarder en zorgt eerder voor rustig uitvloeiende lavastromen. Deze verschillen verklaren waarom sommige vulkanen rustig lijken en andere plotseling en heftig kunnen uitbarsten.
Wanneer magma lava wordt
Het belangrijkste verschil tussen magma en lava is de plek waar het zich bevindt. Zolang het gesmolten gesteente onder de grond zit, noemen we het magma. Op het moment dat het via een vulkaan of scheur in de aardkorst aan de oppervlakte komt, verandert de naam: dan spreken we van lava. De samenstelling kan grotendeels hetzelfde blijven, maar de omstandigheden zijn totaal anders zodra het magma de buitenlucht bereikt.
Het gedrag van lava aan het oppervlak
Lava koelt veel sneller af dan magma in de diepte, omdat het in aanraking komt met lucht of water. Hierdoor stolt lava in korte tijd tot nieuw gesteente. Dun vloeibare lava kan lange stromen vormen die grote oppervlakken bedekken. Stroperige lava blijft dichter bij de vulkaan en kan koepels of steile hellingen opbouwen. Voor gebieden waar mensen wonen is juist dit gedrag van lava belangrijk om risico's beter in te schatten.
Waar magma en lava vandaan komen
Zowel magma als lava ontstaan in de mantel en onderste delen van de aardkorst. Dit gebeurt vooral bij randen van tektonische platen en bij zogeheten hotspots. Daar kan gesteente gedeeltelijk smelten door hoge temperatuur, lagere druk of de aanwezigheid van vluchtige stoffen zoals water. Het gesmolten materiaal verzamelt zich in magmakamers en zoekt vervolgens de weg omhoog via breuken en scheuren in het gesteente.
Waarom dit verschil relevant is voor ons
Het onderscheid tussen magma en lava is niet alleen een taalkwestie, maar helpt bij het begrijpen van vulkanische risico's. Onder de grond bepaalt magma de drukopbouw in een vulkaan en de kans op een uitbarsting. Aan de oppervlakte bepaalt lava waar schade kan ontstaan en hoe ver stromen kunnen reiken. Door te weten wat er onder en boven de grond gebeurt, kunnen wetenschappers betere voorspellingen doen en kunnen overheden bewoners in risicogebieden gerichter waarschuwen en beschermen.