Een thuisbatterij van 5 kWh kost in 2026 inclusief installatie ongeveer €3.500 tot €5.000 en levert een gemiddeld huishouden met zonnepanelen na het einde van de salderingsregeling zo'n €250 tot €400 per jaar op. De terugverdientijd komt daarmee uit op tien tot vijftien jaar, ongeveer gelijk aan de technische levensduur van de batterij. Puur financieel is het in de meeste situaties dus nog geen vetpot, maar met een dynamisch energiecontract en slimme aansturing kan de rekensom beduidend gunstiger uitvallen. Hieronder rekenen we het stap voor stap door.
Wat verandert er precies op 1 januari 2027?
Tot en met 31 december 2026 mag je de stroom die je zonnepanelen aan het net teruggeven wegstrepen tegen de stroom die je afneemt. Wek je in de zomer 1.500 kWh te veel op en gebruik je in de winter 1.500 kWh te veel, dan betaal je per saldo niets voor die elektriciteit. Het net werkt in feite als een gratis, oneindig grote batterij.
Vanaf 1 januari 2027 vervalt dat systeem. Voor elke kWh die je teruglevert krijg je dan alleen nog een terugleververgoeding van je energieleverancier. Die vergoeding moet wettelijk een redelijk bedrag zijn, maar ligt in de praktijk rond de €0,03 tot €0,08 per kWh. Stroom die je afneemt kost je intussen ongeveer €0,25 tot €0,30 per kWh inclusief belastingen. Het verschil tussen wat je krijgt en wat je betaalt, ruwweg 20 cent per kWh, is precies waar een thuisbatterij zijn geld mee terugverdient.
Hoe werkt de rekensom voor een batterij van 5 kWh?
Een batterij van 5 kWh slaat overdag zonnestroom op die je anders zou terugleveren en geeft die 's avonds en 's nachts weer af. Elke kWh die je zo zelf gebruikt in plaats van terugleveren en later terugkopen, bespaart je het verschil tussen de afnameprijs en de terugleververgoeding.
Neem een gezin met tien zonnepanelen (ongeveer 4.000 kWh opbrengst per jaar) en een verbruik van 3.500 kWh. Zonder batterij gebruiken ze direct zo'n 30 procent van hun eigen opwek, ongeveer 1.200 kWh. De rest, 2.800 kWh, gaat het net op. Met een batterij van 5 kWh stijgt het eigen verbruik naar ongeveer 55 tot 60 procent. Dat scheelt zo'n 1.000 tot 1.200 kWh per jaar die niet meer voor 5 cent wordt teruggeleverd maar voor 27 cent wordt vermeden.
De besparing komt dan uit op 1.100 kWh maal €0,22 verschil, ofwel ongeveer €240 per jaar. Bij een aanschaf van €4.000 is de terugverdientijd ruim zestien jaar. Reken je met een iets hogere stroomprijs of een lagere terugleververgoeding, dan zak je richting twaalf jaar. In geen enkel realistisch scenario kom je met alleen het opslaan van zonnestroom onder de tien jaar.
Waarom niet meer dan 5 kWh?
Je zou denken dat een grotere batterij meer oplevert, maar dat klopt maar tot op zekere hoogte. Een gemiddeld huishouden verbruikt tussen zonsondergang en zonsopgang zo'n 5 tot 7 kWh. Een batterij van 5 kWh dekt daar het grootste deel van. Een batterij van 10 kWh kost bijna het dubbele, maar levert in de zomer maar een beetje meer op en staat in de winter grotendeels leeg. Voor de meeste gezinnen zit de beste verhouding tussen prijs en opbrengst rond de 5 tot 7 kWh.
De extra winst met een dynamisch contract
Het beeld wordt interessanter als je de batterij niet alleen gebruikt voor zonnestroom, maar ook laat handelen op de uurprijzen van een dynamisch energiecontract. Bij zo'n contract verandert de stroomprijs elk uur mee met de markt. 's Nachts en midden op een zonnige dag is stroom vaak goedkoop, soms zelfs gratis of met een negatieve prijs, terwijl je tussen vijf en negen uur 's avonds het meeste betaalt.
Een slimme batterij laadt dan 's nachts op voor bijvoorbeeld €0,15 per kWh en ontlaadt in de avondpiek als de prijs €0,35 is. Dat kan een extra €100 tot €200 per jaar opleveren, vooral in de winter wanneer de zonnepanelen weinig doen. Tel je dit bij de besparing op zonnestroom, dan komt de jaarlijkse opbrengst uit op €350 tot €450 en zakt de terugverdientijd naar negen tot elf jaar.
Voorwaarde is wel dat je bereid bent over te stappen op een dynamisch contract en dat je batterij of energiemanagementsysteem die aansturing ondersteunt. Niet elke batterij kan dat standaard; sommige merken rekenen er een aparte softwarelicentie voor.
Waar moet je bij de aanschaf op letten?
Kijk bij het vergelijken van offertes niet alleen naar de prijs per kWh opslag, maar ook naar het aantal laadcycli dat de fabrikant garandeert. Een goede lithium-ijzerfosfaatbatterij (LFP) haalt 6.000 cycli of meer, wat bij één cyclus per dag neerkomt op ruim vijftien jaar. Let verder op het laad- en ontlaadvermogen: een batterij die maar 2,5 kW kan leveren, houdt een inductiekookplaat van 7 kW niet bij en trekt dan alsnog stroom van het net.
Vraag ook hoe de batterij samenwerkt met je bestaande omvormer. Een DC-gekoppeld systeem is efficiënter maar vaak alleen mogelijk bij een hybride omvormer. Heb je al zonnepanelen met een gewone omvormer, dan is een AC-gekoppelde batterij eenvoudiger te plaatsen. Reken op een omzettingsverlies van 8 tot 12 procent per laad- en ontlaadronde; dat verlies hebben we in de rekensom hierboven al meegenomen.
Voor wie is het in 2026 wel een goede zet?
Er zijn huishoudens waarvoor een thuisbatterij van 5 kWh nu al goed uitpakt. Wie veel zonnepanelen heeft en overdag weinig thuis is, levert straks bijna alles terug voor een paar cent en haalt uit een batterij de hoogste besparing. Wie een warmtepomp of laadpaal heeft, kan de batterij bovendien inzetten om piekverbruik af te vlakken. En wie toch al een dynamisch contract heeft, benut de batterij het hele jaar door in plaats van alleen in het zonnige halfjaar.
Woon je in een gebied waar de netbeheerder terugleverbeperkingen oplegt of waar de omvormer regelmatig afschakelt omdat de netspanning te hoog wordt, dan voorkomt een batterij ook dat je opgewekte stroom verloren gaat. Dat verschijnsel neemt sinds 2025 toe in wijken met veel zonnepanelen.
Wat als je wacht tot 2027 of later?
De prijzen van thuisbatterijen dalen al jaren, in 2025 en 2026 met grofweg 10 tot 15 procent per jaar. Een batterij van 5 kWh die nu €4.000 kost, kan begin 2028 rond de €3.000 liggen. Daar staat tegenover dat je in 2027 al het volle verschil tussen afname en teruglevering betaalt en dus elk jaar zonder batterij €250 tot €400 laat liggen. Wie in de zomer van 2026 nog salderen kan, heeft dit jaar weinig aan een batterij; wie de aanschaf plant voor het voorjaar van 2027, profiteert meteen van het eerste volledige seizoen zonder saldering.
Een goede tussenstap is nu alvast een slimme meter met P1-uitlezing en een energiemanagementsysteem in huis te halen, zodat je een jaar lang ziet hoeveel je werkelijk teruglevert en op welke uren je verbruikt. Met die cijfers kun je in 2027 een batterij kiezen die precies bij je huishouden past, in plaats van een schatting te maken op basis van gemiddelden.
De rekensom onder de streep
Voor een gemiddeld gezin met tien zonnepanelen levert een batterij van 5 kWh vanaf 2027 tussen de €250 en €450 per jaar op, afhankelijk van of je een dynamisch contract gebruikt. Bij een aanschafprijs van €3.500 tot €5.000 kom je uit op een terugverdientijd van negen tot zestien jaar. Dat is lang, maar niet langer dan de levensduur van de batterij zelf, en de opbrengst neemt toe naarmate stroomprijzen stijgen en terugleververgoedingen dalen. Wie de batterij vooral koopt om minder afhankelijk te zijn van het net en pieken op te vangen, heeft daar nu al plezier van. Wie puur op rendement stuurt, doet er verstandig aan de aanschaf te timen rond het einde van de saldering en te kiezen voor een systeem dat met dynamische prijzen overweg kan.