Is het verlaagt of verlaagd?
Het juiste woord is bijna altijd verlaagd. Dat komt omdat het hier meestal gaat om een voltooid deelwoord, en dat eindigt in het Nederlands vaak op -d. Toch kom je ook regelmatig verlaagt tegen, en dat is niet altijd fout. Het hangt af van de rol van het woord in de zin. Hieronder leggen we uit hoe je het verschil herkent en welke vorm je wanneer gebruikt.
Wanneer schrijf je verlaagd?
Je gebruikt verlaagd als voltooid deelwoord. Dat zie je vooral terug in combinatie met een vorm van het werkwoord hebben of zijn, of wanneer het woord als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt. Het voltooid deelwoord van het werkwoord verlagen is dus altijd verlaagd met een d.
Voorbeelden van verlaagd als voltooid deelwoord
Je schrijft bijvoorbeeld er is een verlaagd tarief ingesteld. Ook in de zin de prijs is verlaagd door de winkel gebruik je verlaagd. Het gaat hier om een handeling die is afgerond. Daarom kies je voor het voltooid deelwoord.
Verlaagd als bijvoeglijk naamwoord
Je gebruikt verlaagd ook als je een zelfstandig naamwoord nader omschrijft. Denk aan een verlaagd plafond in de woonkamer of een verlaagd btw tarief voor sommige producten. In deze zinnen beschrijft verlaagd een eigenschap van het zelfstandig naamwoord, waardoor het woord zich gedraagt als bijvoeglijk naamwoord. De schrijfwijze blijft hetzelfde als bij het voltooid deelwoord.
Wanneer schrijf je verlaagt?
De vorm verlaagt gebruik je als persoonsvorm in de tegenwoordige tijd, bij de hij zij het vorm. Het gaat dan om een handeling die nu gebeurt of regelmatig plaatsvindt. Het woord hoort dan duidelijk bij een onderwerp in de zin.
Voorbeelden van verlaagt als persoonsvorm
Je schrijft bijvoorbeeld de centrale bank verlaagt de rente. Ook in de zin dat bedrijf verlaagt elk jaar zijn prijzen is verlaagt de persoonsvorm die bij het onderwerp dat bedrijf hoort. Je kunt controleren of het de persoonsvorm is door de zin in de verleden tijd te zetten. Dan wordt verlaagt verlaagde. Staat het woord niet in de verleden tijd, maar verandert de rest van de zin wel, dan had je de juiste persoonsvorm te pakken.
Handige truc om het verschil te zien
Een eenvoudige manier om te kiezen tussen verlaagt en verlaagd is de zin in de verleden tijd zetten. Als de vorm verandert, heb je te maken met een persoonsvorm en schrijf je in de tegenwoordige tijd verlaagt. Verandert de vorm niet, dan gaat het om een voltooid deelwoord of bijvoeglijk naamwoord en schrijf je verlaagd. Zo kun je in vrijwel elke zin snel bepalen welke spelling correct is en voorkom je veelgemaakte taal fouten in je teksten.