In het kader van een nauwere samenwerking met verschillende studies aan de UvA presenteert Xi vanaf februari 2009 specials van UvA-docenten vanuit verschillende vakgebieden. Deze week: Dan Hassler-Forest over The Wire.
Van The Sopranos tot Dexter, van Lost tot Battlestar Galactica, en van Six Feet Under tot Mad Men : het mag duidelijk zijn dat we leven in gouden tijden voor de liefhebber van Amerikaanse kwaliteitstelevisie. Ingezet door kabelzender HBO in de jaren ’90, die zich met de befaamde leus ‘It’s not TV: it’s HBO’ probeerde te ontdoen van het ronduit slechte imago van televisiedrama, heeft de beweging die begon met successeries als Sex and the City en The Sopranos op alle fronten gevolg gekregen. Niet alleen volgden andere kabelzenders als Lifetime en AMC het voorbeeld van HBO met hoogwaardige eigen dramaproducties: ook de grote networks ABC, CBS, NBC en Fox voelden zich gedwongen om de competitie aan te gaan, en het niveau te verhogen.
En ook al zal iedere verstokte televisieverslaafde temidden van deze schier onuitputtelijke voorraad kwaliteitstelevisie een persoonlijke favoriet aan kunnen wijzen, toch is er één die wat betreft de eensgezindheid van de kritieken overal bovenuit torent, en dat is The Wire (2002-2008). De reclamecampagne van de serie wordt in dit geval zelfs door de meest doorgewinterde criticasters nagesproken. Volgens die leus bestaan er maar twee soorten mensen: kijkers die The Wire fantastisch vinden, en kijkers die The Wire nog nooit hebben gezien.
De serie heeft een bijzondere ontstaansgeschiedenis. David Simon, de grote drijvende kracht achter de serie, begon z’n loopbaan begin jaren ’80 als misdaadverslaggever voor dagkrant The Baltimore Sun. Dit mondde uit in de publicatie van zijn boek Homicide: A Year in the Life of the Killing Streets, zijn verslag van een jaar waarin hij volledig meedraaide met de moorddivisie van de politie in Baltimore. Filmregisseur Barry Levinson zag in dit boek de basis voor een wekelijkse politieserie, en produceerde uiteindelijk 122 afleveringen van de succesvolle reeks Homicide: Life on the Street (1993-1999). In de tussentijd had Simon naast z’n bijdrages aan dit innovatieve tv-drama een boek geschreven over de drugscultuur in Baltimore in een geslaagde poging om ook de andere kant van het verhaal grondig te documenteren. Dit boek, getiteld The Corner, mocht hij na het succes van Homicide zelf bewerken tot een zesdelige miniserie voor het inmiddels zeer ambitieuze HBO, waarna het kabelnetwerk Simon de kans gaf om een langere tv-serie naar eigen inzicht op te zetten.
Het resultaat hiervan werd uiteindelijk The Wire, een unieke politieserie die functioneert als complexe versmelting van feit en fictie, documentaire en drama, politiek en mythologie. De complexiteit is vooral te danken aan de manier waarop sociale en professionele hiërarchieën aan beide kanten van de wet zorgvuldig worden opgebouwd: aan de hand van vijf opeenvolgende afluisteroperaties van de politie (één per seizoen) leert de kijker een enorme hoeveelheid personages kennen, en langzaam maar zeker inzicht op te bouwen in de manier waarop elk individu uiteindelijk afhankelijk is van de grotere structuur waarbinnen hij of zij moet opereren. Niet alleen blijkt al snel dat de wereld van de politieagent minstens zo corrupt en onvoorspelbaar als die van drugsbaron Avon Barksdale, maar de personages binnen het drugsmilieu zijn ook zeker zo ambitieus en charismatisch als de helden uit het politieteam.
Deze afwezigheid van de bekende binaire tegenstellingen tussen ‘goede’ en ‘slechte’ karakters maakt dat The Wire relatief realistisch aandoet. Meer nog dan The Sopranos, het paradepaardje van HBO die voor velen aantoonde dat Amerikaanse televisie niet gelijk stond aan Dallas of Dynasty, combineert The Wire een sterk realisme-effect met de structuur van klassiek drama, en dan met name dat van de Griekse tragedie. Dat realisme-effect wordt bereikt door alle scènes alleen op locatie te filmen, opzichtig camerawerk te vermijden, flashbacks achterwege te laten, en niet-diëgetische muziek volledig te verbannen. Dat geeft de serie een documentaire-achtig karakter waardoor de serie juist een stuk spannender wordt, omdat je meeleeft met personages in een wereld die heel ‘echt’ aandoet.
Daarnaast vermijdt The Wire de klassieke val waar bijna elke succesvolle tv-serie onherroepelijk in terecht komt, en dat is de herhaling van een basisformule. Elk seizoen verschuift de aandacht naar een instituut dat centraal is in de stad Baltimore, waar de gehele serie zich afspeelt, maar die ook model staat voor elke andere grote Amerikaanse stad: de oude havenindustrie in het tweede seizoen, het politieke apparaat in seizoen drie, het schoolsysteem in de vierde reeks, en de media in het laatste seizoen. In de loop van die vijf seizoenen krijg je niet alleen een steeds completer beeld van de complexiteit van het leven in de (post)moderne stad van vandaag, maar je ziet ook hoe personages daarbinnen noodgedwongen van rol veranderen. Populaire hoofdpersonages sneuvelen of veranderen van baan, waardoor ze een minder grote rol in het verhaal komen te spelen, terwijl we sommige bijpersonages juist weer zien uitgroeien tot kernfiguren binnen de serie. Deze aanpak maakt de serie niet alleen realistischer, maar ook minder voorspelbaar, terwijl dit en passant laat zien hoezeer andere tv-series leunen op de paradoxale onveranderlijkheid van personages en situaties: Tony blijft als mafiabaas en huisvader de tegenstrijdige spil van The Sopranos, Jack Bauer zal in 24 altijd op het laatste moment de wereld redden van de ondergang, en de cast van Lost blijft zich afvragen wat het mysterie van het eiland precies is.
Door de eigenzinnige aanpak, complexe structuur en grote sociale betrokkenheid wordt The Wire dan ook vaker vergeleken met het literaire werk van Balzac of Tolstoj dan met de tradities van gedegen televisiedrama. De narratieve gelaagdheid, de lichtradicale politieke inslag, en de hechte samenhang van de seizoenen individueel én onderling doen inderdaad meer denken aan het (her)lezen van een grote roman dan een wekelijkse dosis vermaak op de beeldbuis. En net als het werk van deze literaire grootheden lijkt het er steeds meer op dat het oeuvre van David Simon aanstuurt op een vorm van eeuwigheidswaarde. Want ondanks de lage kijkcijfers toen The Wire voor het eerst werd uitgezonden, mag dit kleine stadsepos zich inmiddels verheugen in een steeds groeiende belangstelling: president Obama heeft zich laten ontvallen fan van de serie te zijn, met straatrover Omar als z’n favoriete personage, en aan universiteiten als Yale en Columbia worden interdisciplinaire vakken gegeven die geheel rond deze serie draaien. Nu de distributie van tv-series ook grotendeels verschoven is naar digitale dragers en downloads, zal The Wire zich dan ook blijven uitbreiden, zeker nu David Simon eindelijk aan een nieuwe serie werkt: Treme zal zich afspelen in New Orleans vlak na orkaan Katrina, en lijkt daarmee een format te krijgen waarin de ongezouten kritiek op het hedendaagse stadsbestuur nog dramatischer vormen kan aannemen. In april 2010 gaat HBO Treme uitzenden; tot die tijd kan de liefhebber z’n tijd nog net vullen met een herhaling van vijf seizoenen van deze ‘Best Series Ever.’





















