‘Hebban olla vogala’ zijn de eerste drie woorden van een van de oudste Nederlandse zinnen die we kennen. De zin dateert ergens uit de elfde eeuw en sindsdien heeft de Nederlandse taal een enorme verandering ondergaan. Door de opkomst van internet, MSN en blogs maakt men zich zorgen over de kwaliteit van de taalvaardigheid van de jeugd. Er wordt regelmatig gezegd dat internet bijdraagt aan de verloedering van de Nederlandse Taal.
Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de Nederlanders denkt dat de gemiddelde Nederlander geen onberispelijke brief kan schrijven. Tweederde ontvangt e-mails waarin het wemelt van taalfouten. Vooral vijftigplussers vinden dat de Engelse taal te veel invloed heeft op de Nederlandse taal en maken zich dan ook zorgen over de ‘taalverloedering’.
Maar wat is nu eigenlijk, taalverloedering? Volgens de Van Dale staat het voor het ‘bederven’ van een taal, door ‘slecht of vaag woordgebruik en door veelvuldig gebruik van elementen die aan die taal niet eigen zijn’. Volgens Teun Bonnenkamp ontstaat deze taalverloedering door een afnemende taalbeheersing. Op de basisschool krijgen kinderen namelijk onvoldoende les in grammatica en spelling, waardoor ze de basis missen die ze nodig hebben. Aan het einde van de basisschool gaan kinderen steeds meer gebruik maken van de computer en het internet. Ze praten digitaal met vrienden en gebruiken hier een getypte vorm van communicatie, waarbij niet goed op de grammatica gelet wordt. Door het veelvuldig gebruik van deze communicatievorm, verwaarlozen de jongeren hun eigen taal. Tel daar de invloeden van de Engelse en Franse taal nog eens bij op en de taalverloedering zou een feit zijn.
Maar niets is minder waar, zegt Andrea Lunsford van de Universiteit van Stanford. Juist door het digitale schrijven is er een revolutie ontstaan in de geletterdheid. Internet verbetert zelfs de schrijfvaardigheid, is Lunsford van mening. De belangrijkste reden is dat men veel meer schrijft dan vroeger. Vroeger schreef men alleen maar voor zijn baas of de leraar. Nu schrijft men op blogs, Twitter en internetfora. Ook Hans Bennis, directeur van het Meertens Instituut dat de Nederlandse Taal bestudeert, beaamt dit. “De timmerman, de stratenmaker, waarom moesten die vroeger schrijven? Nu sms’en en twitteren ze ook. En ja, doordat niet alleen de hoogopgeleiden schrijven zie je meer spelfouten.” Maar op internetfora wordt men daar niet meer op afgerekend. Daardoor wordt men niet meer afgeschrikt en blijft men schrijven. Waar men vroeger voornamelijk in formele taal een brief schreef, ziet men nu dat de stijl een stuk losser wordt. Een mail naar vrienden schrijft men immers minder formeel dan een mail naar de baas.
Lunsford, die een onderzoek naar schrijffouten herhaalde, zegt daarnaast het volgende: “Elke 25 jaar is daar weer een hoop geschreeuw over. Het aantal spelfouten nam af dankzij de spellingchecker, het aantal verkeerde woorden nam toe ook dankzij de spellingchecker. Maar juist door deze verkeerde woorden wordt de taal veel creatiever en uitdagender. Taal wordt speels en experimenteel.
‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu’. Over de betekenis wordt nog getwist, maar het betekent ongeveer: “Hebben alle vogels nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten we nu op?” Het feit dat de betekenis nog een discussiepunt is, geeft des te meer aan dat taal verandert. Zoals men vroeger schreef, schrijft men al lang niet meer. En zoals men in de toekomst zal gaan schrijven zal ongetwijfeld anders zijn dan hoe we nu schrijven. Door de opkomst van het internet is men juist meer gaan schrijven. Dat lijkt mij, net als Lunsford en Bennis, een prima ontwikkeling.




















