Yoshiki Okamoto is al 25 jaar bezig met het maken van games. Hij begon bij Capcom en werkte onder andere aan Street Fighter II, en de Onimusha en Resident Evil series. Genji is de eerste game van het door hem zelf opgerichte bedrijf: Game Republic. De ervaring van Okamoto kan je voelen vanaf het begin van Genji, een zich in het feodale Japan afspelende “slash’em up” adventure.
Het feit dat Genji vanaf het begin prettig aanvoelt is waarschijnlijk de verdienste van de oudgediende gamemaker. Statische achtergronden verraadden de Resident Evil invloeden, de ouderwets Japanse setting overladen met magie verwijst naar de Onimusha games. Op het eerste gezicht oogt Genji grafisch gebrekkig, alle randjes ogen onafgewerkt en het contrast met de cut-scenes is groot. Een uurtje verder in de game en dus ook het verhaal ontpopt de game zich als grafisch overdonderend met een prima verhaal. Japanse tempels in verschillende jaargetijden zijn een lust voor het oog. De muziek die alles bij elkaar houdt is prachtig georkestreerd en rustgevend. Dat betekent niet dat je bij het spelen van Genji in slaap zal vallen, de actie weet instinctief te overtuigen en de muziek ondersteunt overtuigend.
Toegankelijkheid is een belangrijk kenmerk van de game en hij weet te boeien van begin tot eind. Oorzaak hiervan is het relatieve simplisme van het vechten en de interface. Dat simplisme wordt gecompenseerd door de mogelijkheid te vechten met twee personages en door de aanwezigheid van een uitgebreid opwaardeersysteem voor de wapens en de karakters. Het belangrijkste is nog de mogelijkheid om counter-attacks uit te voeren, een meter voor verhoogde concentratie kan worden geactiveerd op twee verschillende niveaus, tijdens deze staat van het karakter kan men een tegenaanval lanceren op het moment dat de vijand aanvalt. Timing is dus alles. Mooi aan het systeem is dat het intuïtief werkt tijdens verhitte actie, maar ook dat de speler langzaam leert deze tegenacties uit te voeren in de normale staat van het karakter. Door het aanvalspatroon te herkennen kan de speler ook zonder de speciale actie counteren en het vechtsysteem optimaal leren beheersen.
In Genji draait het om ‘Amahagane’, kristallen die de gebruiker enorme kracht verlenen, door het spel heen verzamel je de kristallen, waarmee je de vaardigheden van het karakter opwaardeert. Tijdens de zoektocht leg je een route af door Japan en ontmoet je verschillende krijgsheren, de missie echter, is om de kwade Heishi clan te verslaan. Zij zijn ook op zoek naar de kristallen. Elke keer als er een kristal in de buurt is, gaat de dualshock controller trillen, steeds sneller naarmate je het nadert. Dit maakt het zoeken naar de magische stenen net ietsje interessanter dan alleen dozen stukslaan, een methode die in veel andere games wordt toegepast.
Genji is erg kort, maar meeslepend en ontzettend vermakelijk. De pracht van de landschappen, bamboefluiten en karakterdesign worden snel duidelijk. Het mechanisme van de game, gebaseerd op de tweedeling van personages en de techniek van het counteren is ijzersterk en degelijk uitgevoerd. Okamoto wilde een game maken die iedereen zou kunnen én vooral zou willen uitspelen. Een contrast met het kwalitatief net iets betere, maar veel moeilijkere Ninja Gaiden. Met de snelle hoofdpersoon Yoshitsune en gigantische sloopmachine Benkei kan de gemiddelde actiegamer zich uitstekend vermaken terwijl die zich een weg baant door het prachtige, magische Japan van weleer.




















