| Regie: | Takeshi Kitano |
|---|---|
| Cast: | Takeshi Kitano, Tadanobu Asano, Michiyo Ookusu, Gadarukanaru Taka, Daigorô Tachibana, Yuuko Daike, Yui Natsukawa |
| Genre(s): | Drama, Misdaad, Actie, Komedie, Muziek |
De jongste film van de Japanse alleskunner Takeshi Kitano, een adaptatie van het in Japan immens populaire Zatoichi karakter, is een beetje een buitenbeentje in zijn inmiddels al aardig imposante oeuvre. Kitano wijkt na de mooie roadmovie Kikujiro en het perfect gestileerde liefdesdrama Dolls opnieuw af van zijn beproefde yakuzafilms waarmee hij zoveel faam verwierf en lijkt een groter publiek te willen bereiken met deze wat meer toegankelijke film. Toch is hij weer helemaal in zijn element met dit zwaardvechtspektakel waarin hij tevens de hoofdrol vertolkt. De film werd bovendien zeer goed ontvangen op onder andere de filmfestivals van Toronto en Venetië en is één van de grote publiekstrekkers tijdens het International Filmfestival van Rotterdam.
In Japan maakte men in de jaren ’60 op filmgebied voor het eerst kennis met Zatoichi, een rondzwervende blinde die zijn geld verdient met gokken en het geven van massages. Dat er ondanks zijn handicap niet met hem te spotten valt blijkt uit zijn meesterlijke beheersing van de zwaardvechtkunst. Zatoichi groeide uit tot een van de meest populaire helden in de Japanse filmgeschiedenis en een hele rits Zatoichi-films en televisieafleveringen waren het gevolg. Aangezien de laatste telg uit deze serie alweer dateert van ruim tien jaar geleden, vond Kitano het tijd om ook het jongere publiek kennis te laten maken met dit karakter, met deze film als gevolg. Het is hem tevens gelukt om toch zijn eigen, typische stempel op de film te drukken, ondanks het gegeven dat hij hier na zijn debuut Violent Cop pas voor de tweede keer vanuit een bestaand idee werkt, in plaats van een zelfgeschreven scenario.
In deze versie van Zatoichi komt de rondzwervende protagonist terecht in een 19e-eeuws Japans bergdorp dat geterroriseerd wordt door de bende van ene Ginzo. Aangezien Ginzo net de talentvolle ronin (een soort lijfwacht) Hattori heeft aangenomen worden tegenstanders van zijn bewind snel en doeltreffend één voor één uit de weg geruimd. Als blijkt dat er ook twee zusjes naar het dorp zijn gekomen om de moord op hun ouders te werken, neemt de geblondeerde Zatoichi het op tegen de Ginzo-bende en wordt een bloedbad onvermijdelijk…
Al vanaf het eerste shot straalt de mise-en-scène van de film een fijne authentieke sfeer uit die doet denken aan de films van Akira Kurosawa uit de jaren ’50 van de vorige eeuw. Aan de manier van acteren en aankleding van acteurs en setting valt nauwelijks af te leiden dat dit een hedendaagse film is. Vele visuele grapjes, absurditeiten, komische momenten en geweldsscènes duiden hier duidelijk wél op en juist die mix van verschillende elementen maken dit tot een buitengewoon geslaagde film.
Want waar bijvoorbeeld Kurosawa altijd buitengewoon serieuze films afleverde weet Kitano de boel regelmatig te relativeren door zijn personages een aantal droge opmerkingen te laten maken of absurde typetjes te introduceren, zoals een gek die samurai wil worden en daarom de hele dag gillend rondjes door het dorp rent. Ook een aantal scènes waarin beeld en geluid in perfecte synergie met elkaar samenvallen weten een brede glimlach op het gezicht van de kijker te toveren. Boeren die spontaan op de maat van de muziek hun werk verrichten en -natuurlijk- de zeer muzikale eindscène, waarmee Kitano zijn eigen visie geeft op een ‘happy end’, zijn een lust voor oog en oor.
De bloederige gevechtsscènes zijn mooi gechoreografeerd en ogen dankzij snelle montage, gebruik van slowmotion en een aantal indrukwekkende craneshots erg spectaculair. Het is dan ook zeer spijtig dat een aantal visuele effecten tijdens deze gevechten overduidelijk uit de computer komen. Volgens de makers om deze momenten een meer cartooneske uitstraling te geven, maar helaas vloeken deze effecten met de zo zorgvuldig opgebouwde sfeer en rijst de vraag of een ouderwetse aanpak à la Kill Bill wat dit betreft misschien niet beter was geweest.
De af en toe zeer lang uitgesponnen dansscènes zijn een ander minpunt. Toegeven, het ziet er allemaal mooi uit en het kan bovendien gezien worden als een prima relativering van de geweldsballetten, maar iets meer aandacht voor het verhaal of karakters had in plaats van deze momenten zeker geen kwaad gekund. Aan de andere kant valt deze originele insteek Kitano makkelijk te vergeven, aangezien hij toch weer een uitstekende film heeft afgeleverd met een prima balans tussen actie en humor. Het is bovendien na Kill Bill, The Last Samurai en het onlangs verschenen Hero de vierde film op rij die in korte tijd ons land bereikt en tussen de spectaculaire zwaardgevechten door handelt over oude Japanse gebruiken en tradities en tevens oude filmgenres in ere herstelt. Hopelijk krijgen onze distributeurs dit ook in de gaten en komt er vanaf nu wat meer werk uit Azië deze kant op, want helaas heeft deze markt nog steeds veel meer te bieden heeft dan wij hier te zien krijgen.




















