| Regie: | Pieter Kuijpers |
|---|---|
| Cast: | Egbert Jan Weeber, Tygo Gernandt, Angela Schijf, Mads Wittermans, Selma Avkapan, Tamer Avkapan, Marnie Blok |
| Genre(s): | Drama, Misdaad |
Het is me wat, met het uitroepteken. Dit even autoritaire als flexibele leesteken wordt al sinds jaar en dag gebruikt om kloeke jonge mannen te werven voor militaire dienst, om Andrew Lloyd Webber-musicals hipper en aanlokkelijker te maken, en om bedenkelijke Nederlandse films aan te prijzen, getuige Costa!, Naar de klote! en nog een paar andere. Erg fraai is het niet, de toevoeging van het uitroepteken reduceert laatstgenoemde films tot schreeuwerige neon-borden. Bij de potentiële hit Van God Los is echter voor een iets andere aanpak gekozen; in sommige advertenties wordt de titel voorzien van een uitroepteken (Van God Los! ), in andere weer niet (Van God Los). Het wijst op een schisma dat zich ook binnen de film-tekst manifesteert: is Van God Los nu een integer drama of een lekker ranzige exploitatie-film? Als u het antwoord niet meteen weet is er geen man overboord, want regisseur Pieter Kuijpers weet het zelf ook niet precies.
De film is geïnspireerd op de activiteiten van de bende van Venlo, een kliek moderne Bokkenrijders die in de periode 1992-94 het Limburgse land teisterde. Ter inleiding horen we het 17-jarige bendelid Stan Meijer (Egbert Jan Weeber) het een en ander over zichzelf vertellen, zij het zonder enige spijtbetuiging over zijn daden; hij beklaagt zich eerder over de burgerlijke hypocrisie van zijn stadsgenoten, die enkel tijdens het driedaagse carnaval zichzelf durven te zijn- en dat dan ook nog met een masker op. Na het carnaval gaan deze benepen lieden braaf hun askruisje halen, om vervolgens weer een jaar lang in hun normale doen te verkeren. Stan en zijn drie jaar oudere partner in crime Maikel Verheije (Tygo Gernandt) doen tenminste het hele jaar door waar ze zelf zin in hebben, zo luidt de enige rechtvaardiging.
Dat Stan en Maikel elkaar ooit hebben ontmoet berust schijnbaar op toeval. Stan is een scholier, die een intense haat voelt voor zijn kleinburgerlijke moeder (Marnie Blok) en zijn bemiddelde adoptie-vader (Huub Stapel), terwijl Maikel een beruchte crimineel is, zonder bindingen en met een dubieuze achtergrond. Ze hebben twee dingen gemeen: een afkeer van het normale, en een obsessieve liefde voor de plaatselijke belle Anna Sprengers (Angela Schijf). Al snel ontstaat er tussen beide jongens een hechte vriendschap, die dieper gaat dan menig huwelijk (op een gegeven ogenblik wisselen de twee zelfs ringen uit). Toch komt Anna, zoals dat wel vaker gebeurt in thrillers over ‘jongens onder elkaar’, tussen hen in te staan. Dit wordt problematisch wanneer Stan en Maikel steeds riskanter klusjes gaan opknappen voor de lokale kaïd Osman Sukur (Brader Torun), waarbij ze al snel meerdere moorden op hun cv hebben staan.
Hoewel debuterend film-regisseur Kuijpers een verfrissend sobere manier van vertellen heeft, met een minimum aan stilistische pretenties, mag de voice-over van Stan toch wel een van de mindere ingrepen genoemd worden. De voice-over teksten doen vaak vormelijk en overmatig didactisch aan, vooral bij een film die we, strikt genomen, al lang kennen: denk maar aan GoodFellas, Rebel Without a Cause, en A Clockwork Orange, om maar een paar gelijkaardige films te noemen. Kuijpers kent duidelijk zijn genre-klassiekers, en is niet vies van citeren- sterker nog, hij doet bijna niet anders: de aard van de voice-over valt te traceren naar Sunset Boulevard, de scène met het kleine jongetje dat bij wijze van rite-de-passage de trekker mag overhalen bij een huurmoord herinnert aan The Funeral, en de opmerking dat je ‘beter gevreesd dan geliefd’ kan zijn komt rechtstreeks uit A Bronx Tale. En ga zo maar door. Toevallig is het allemaal niet, want de criminelen die in Van God Los worden geportretteerd pikken zelf ook graag een misdaad-filmpje, een welbekend en min of meer innemend trekje van de penoze.
Het feit dat Van God Los van de citaten aan elkaar hangt wil overigens niet zeggen dat de film helemaal niet ‘werkt’- integendeel, het is een bioscoop-ervaring die op meerdere fronten loopt als een trein. Pas nadat je jezelf hebt losgeweekt van de bioscoopstoel verschijnen er barsten in die film-ervaring.
Zoals gezegd weet Kuijpers niet echt goed wat hij wil: hij serveert met gemak de seks, de zwarte humor en het geweld waar een deel van het publiek op zit te wachten, maar probeert tevens om het amorele gedrag van de bendeleden te psychologiseren en te veroordelen, waarbij hij uiteraard ook een beschuldigende vinger wijst naar de gezags-figuren die Stan en Maikel als kinderen in de steek hebben gelaten. Uiteindelijk is Van God Los een klassiek ‘vlees noch vis’-verhaal: degene die de kick van radicaal non-conformisme verlangt wordt door de film fel berispt, en degene die op zoek is naar een cerebrale uitdaging voelt zich belazerd.
Kuijpers ontwikkelde het scenario voor Van God Los oorspronkelijk voor het ‘No More Heroes’-project van de VPRO en het Nederlands Fonds voor de Film, maar het project kwam al snel (gedeeltelijk) bij BNN terecht. Deze switch zou je op kunnen vatten als een verklaring voor de vertwijfeling bij de makers, maar het is wat al te gemakkelijk om de VPRO klakkeloos met het integere gedeelte van de film te vereenzelvigen, en BNN met het exploitatie-gedeelte.
In dramatisch opzicht wordt de oppositie tussen ‘niemand dichtbij laten komen’ (Stan’s belofte aan zichzelf) en ‘wat jou gebeurt, gebeurt mij ook’; (de belofte van Stan en Maikel aan elkaar) even voor de hand liggend uitgewerkt als de ‘wraak op de samenleving’-gedachte. Flashbacks naar Stan’s echte vader, die zijn vormgegeven als de videoclip van een Henk Wijngaard-song, helpen ook al niet mee om de dramatische as te versterken. Uiteindelijk blijft de film, net als bijvoorbeeld Paul Verhoeven’s Spetters, ergens tussen barok melodrama en B-film geblunder in hangen- dubieus maar intrigerend, komisch en humorloos tegelijk.
De rol van God in het geheel is betrekkelijk marginaal. Analoog aan de werken van Scorsese en Coppola hangt de ‘exotische’ schaduw van het Katholicisme zwaar over de film (religieus getinte muziek, veel shots waarin iconen van Christus en de Heilige Maagd zichtbaar zijn), maar dat lijkt meer een verplichte sfeermaker dan een onmisbare scenario-vondst. De complexiteit van de protagonisten bij Scorsese en Coppola lag in het feit dat zij een onhoudbare band hadden met hun geloof, omdat zij ondanks hun gruwelijke daden bij God in het reine moesten zien te komen; hun loyaliteit lag verdeeld tussen protectie van hun naasten en schuld aan de Almachtige. Stan en Maikel hebben echter van meet af aan zo’n schijt aan God en gebod, dat deze complexiteit afwezig is: ze zijn immers alleen aan elkaar verantwoording schuldig. Dit laatste idee wordt nog versterkt door Gernandt’s Christus-achtige voorkomen.
Het sterkste punt van Van God Los is de casting. ‘Eggie’ Weeber (Oesters van Nam Kee ) draagt de film met gemak als de gesloten jongen die zich laat meeslepen, afwisselend hongerig en aarzelend, en die zich ontpopt als een koud mens met een slot op zijn geweten. Pas tegen het einde wordt hij geconfronteerd met zijn laatste restje mededogen. Gernandt (Naar de Klote!) past perfect in zijn rol als de psychopaat; hij is degene die mag schmieren, Weeber is het aambeeld waar zijn acteer-vonken van afslaan. Als Maikel suggereert Gernandt de jovialiteit en ongenaakbaarheid van een provinciale voetbal-hooligan, het type dat je niet graag tegenover je vindt in een trein-coupé, maar zijn dolle honden-blik laat goed zien dat hij tot heel wat gruwelijker dingen in staat is dan conducteurtje pesten. De twee jonge acteurs hebben vanaf scène 1 een voelbare chemie met elkaar, en daarom is het jammer dat ze niet wat meer voor de camera mochten improviseren.
Schijf speelt alweer haar derde filmrol als de leeghoofdige cocktease Anna (‘denk je wel eens aan mij als je je aftrekt?‘). Als personage is zij bijna een non-entiteit; Anna wordt voortdurend door de dominante Maikel ingevuld. Zelfs na haar ingrijpende zelfverminking dringt het nog niet tot hem door wat er in het hoofd van deze vrouw omgaat (toegegeven: dat kan nooit veel zijn). Volstaat om te zeggen dat ook Schijf haar rol inkleurt met zoveel mogelijk empathie en charisma.
Frappant is dat er na Volle Maan nu opnieuw een film in de Nederlandse bioscopen gaat draaien, waarin met een provinciaal accent wordt gesproken. Was ‘de provincie’ vooralsnog terra incognita voor de boys en girls van film-land, het lijkt alsof er inmiddels aan een inhaalslag wordt gewerkt. Helemaal loepzuiver is die inhaalslag nou ook weer niet: bijna alle opnamen voor Van God Los vonden boven de rivieren plaats. Alaaf!

















