| Regie: | Rob Epstein, Jeffrey Friedman |
|---|---|
| Cast: | Lily Tomlin, Tony Curtis, Susie Bright, Arthur Laurents, Armistead Maupin, Whoopi Goldberg |
| Genre(s): | Documentaire, Historisch drama |
De documentaire The Celluloid Closet is gebaseerd op het gelijknamige boek van filmjournalist en aids-activist Vito Russo. De tweede druk van het boek geeft een overzicht van de representatie van homosexuelen in film tot 1986. De documentaire volgt de hoofdlijnen van dit standaardwerk vrij nauwkeurig maar heeft als voordeel boven het boek dat de besproken scénes ook daadwerkelijk getoond worden èn dat de film doorgaat tot 1995.
In juist dit simpelweg tonen ligt dan ook de kracht van de documentaire, de toeschouwer kan eigenhandig kennis nemen van de verschillende opvattingen en stereotypen over homo’s en lesbo’s die Hollywood gedurende 100 jaar produceerde en daar dan zijn/haar mening aan verbinden. De documentaire begint met een proloog waarin duidelijk wordt gemaakt hoe belangrijk representaties zijn voor heersende opvattingen over bepaalde (minderheids) groepen, of dit nu joden, indianen, zwarten, of homo’s zijn. Representaties van homosexuelen in de media bepalen voor een groot deel de perceptie van heterosexuelen over deze groep. Daarnaast kunnen deze representaties een bron vormen van herkenning en gedeelde identiteit die belangrijk zijn voor het gevoel van eigenwaarde van de gerepresenteerde groep, die vaak op zoek is naar ‘lotgenoten’. Dat Hollywood op dit gebied hevig tekort schoot laat de documentaire overtuigend zien. Talloze stereotypen passeren de revue: van de ‘sissy’ in de jaren twintig en dertig, via de slachtofferrollen in de jaren vijftig, tot de psychopathische moordenaars van de jaren zeventig. Diverse factoren speelden een rol in de negatieve portrettering van homosexuelen in film. Angst, onwetendheid, repressieve censuur maar ook de ‘closet mentality’ van homosexuele regisseurs, critici, en anderen werkzaam in de filmindustrie. De documentaire stipt deze kwesties aan via humoristische anecdotes en verontrustende verhalen die diverse geïnterviewden, waaronder Harvey Fierstein, Gore Vidal, Susan Sarandon, Tony Curtis en filmwetenschapper Richard Dyer, te berde brengen.
De kunst van het tussen de regels doorlezen van films, het tegendraadse interpreteren van scènes, en het belang van subtext zijn enkele van de strategieën die het homosexuele publiek leerde hanteren bij het kijken naar Hollywoodfilms. Deze ‘gedwongen’ subtiele kijkhouding wordt in de film gellustreerd door filmbeelden uit, onder andere, Morocco, Queen Christina, Rebecca, Red River, Ben Hur, en Spartacus en van luchig commentaar voorzien door de geïnterviewden.
De documentaire eindigt vrij optimistisch met een aantal fragmenten uit recente film waarin het tij lijkt te keren. Hierin worden homo’s en lesbiënnes niet negatief, belachelijk, zielig of betreurenswaardig afgeschilderd. Wat de filmmakers echter verzuimen te benadrukken is het feit dat dit bijna allemaal geen mainstream Hollywoodprodukties zijn maar Australische of onafhankelijk geproduceerde films. Is dit optimisme dan wel gerechtvaardigd of zal het publiek zich nog steeds met de kruimels moeten voeden, zoals scenariste Susie Bright het in de film uitdrukt. Maar misschien ontwaakt Hollywood na het zien van deze mooi gemonteerde documentaire (met fragmenten uit 120 films), al is het dan alleen vanwege het commerciële perspectief dat de steeds zichtbaardere groep homo’s en lesbo’s met zich meebrengt.




















