| Regie: | Sam Raimi |
|---|---|
| Cast: | Tobey Maguire, Kirsten Dunst, James Franco, Alfred Molina, Rosemary Harris, J.K. Simmons, Donna Murphy |
| Genre(s): | Actie, Thriller, Sciencefiction |
Superhelden worden tegenwoordig wel erg snel oud. Worstelde Peter Parker (Toby Maguire) in de eerste Spider-Man nog met zijn superheroïsche puberteit (compleet met schaamtevolle ongewilde ejaculaties van webvloeistof), in deel 2 kampt de goede man alweer met potentie-problemen. Geteisterd door twijfel over zijn zelfopgelegde taak om misdaad te bestrijden terwijl zijn persoonlijke leven in rap tempo door zijn vingers glipt, falen Parker’s krachten hem keer op keer. Aangezien een nieuwe superschurk zich inmiddels aandient in de vorm van Doctor Octopus (Alfred Molina), een wetenschapper die letterlijk bezeten wordt door zijn eigen creatie, is dit niet het ideale moment voor een verslapping van viriliteit.
Maar wie denkt dat toepassing van dergelijke metaforen betekent dat Spider-Man 2 een pretentieuze superheldenfilm is uit dezelfde vervelende mal als Ang Lee’s weinig geslaagde (maar goed geprobeerde) Hulk , heeft het eerste deel kennelijk gemist. Net als de aflevering van twee jaar geleden is Spider-Man 2 van begin tot eind opgebouwd uit onmiskenbare ‘comic book fluff’ – melodramatisch maar lichtzinnig, fantastisch maar bloedserieus. Het was een tijdlang usance om blockbusters in het algemeen en de superheldenfilm in het bijzonder te doorspekken met dit-kan-natuurlijk-nóóit-achtige dubbele bodems en de ernstige maar banale dialogen ter vedediging te voorzien van aanhalingstekens. Sinds het succes van de Lord of the Rings trilogie lijkt die periode achter ons te liggen – maar het was Brian Singer die deze Nieuwe Oprechtheid met zijn X-Men films voor het eerst aan het superheldengenre lieerde. Toch voorkwam een soort misplaatste realiteitszin dat Singer helemaal los durfde te gaan. Die inhibities heeft Sam Raimi gelukkig niet. De hoeveelheid stripsituaties die hij zonder ironie durft te presenteren zijn schier oneindig. Cynici kunnen ook dit keer beter thuisblijven.
Wat overigens niet wil zeggen dat er niet gelachen kan worden. Meer dan zijn voorganger vindt Spider-Man 2 een rijke bron van humor in de wisselwerking tussen het alledaagse en het epische (Parker die zijn Spidey-kostuum wast en geconfronteerd wordt met doorlopende kleuren is slechts één van de voorbeelden). Aan de andere kant wordt het nergens te jolig, simpelweg omdat diezelfde dynamiek tussen menselijkheid en bovenmenselijkheid ook het drama voortdrijft. Het proeven van de geneugten die komen met het niet hoeven redden van de wereld en de keerzijde, de loden last van het heldendom – een leven waarin geliefde Mary Jane (Kirsten Dunst) geen plaats heeft – worden met brede maar overtuigende pennenstreken neergezet. Het is een thema dat vele heldenverhalen al heeft gekenmerkt, maar de troef is hier vooral herkenbaarheid: meer dan de expressionistische en Freudiaanse abstracties van Batman of de rijen weigerachtige erfgenamen uit de fantasyliteratuur is Peter Parker een makkelijke en aantrekkelijke identificatiefiguur en het strekt Raimi tot eer dat hij (samen met gelauwerde schrijvers Michael Chambon en Alvin Sargent) zoveel sympathie weet te halen uit zijn extreme situatie. Uiteraard verdient ook de perfect gecaste Maguire weer alle lof – een vervanging door Jake ‘Donnie Darko’ Gyllenhaal, zoals mogelijk leek toen Maguire met een rugblessure kampte, zou niet minder dan catastrofaal zijn geweest.
Veel van de sterke punten van dit vervolg kenmerkten het origineel ook al, maar Spider-Man 2 heeft een belangrijke streep voor op z’n voorganger: de actie-sequenties zijn ditmaal in alle opzichten superieur. In de vorige aflevering was Parker’s coming-of-age zo intrigerend dat de confrontaties met de Green Goblin, hoewel niet slecht, bij vlagen louter afleidingen waren – soms leken ze zelfs verplichte nummers (eigenlijk wel verfrissend; bij de meeste blockbusters zijn juist de karakterscènes een noodzakelijk kwaad). Dat de special effects hier niet altijd even overtuigend waren hielp daarbij niet. De typische ‘set piece’-aanvaringen met Doc Ock – tegen de wanden van een hoge toren, op een voortrazende trein – zijn niet alleen mooier (zeker ook geluidstechnisch) en spannender, maar ook bevrijdend: dat Parker’s persoonlijke strubbelingen opzij moeten worden gezet voor meer acute noodgevallen vormt een welkome afleiding voor zowel personage als publiek. De inherente meeslepenheid van het geslinger door de lucht maakt de identificatie compleet. Het helpt ook dat Raimi c.s. er in zijn geslaagd om de in de strips wat saaie Doctor Octopus zowaar tot een interessant personage te maken. Dit mede met dank aan een sympathieke Molina en een geweldig special effects team dat zijn mechanische tentakels overtuigend tot leven wekt (voor de fans van de regisseur is er trouwens een horror-sequentie omtrent deze nieuwe ledenmaten die duidelijk Raimi’s auteursstempel draagt).
In het bovenstaande vermijd ik de bespreking van al teveel plot detail en concrete scènes – ik laat zelfs een paar van de mijns inziens meest briljant geschetste personages buiten beschouwing – juist omdat een behoorlijke hoeveelheid kleine en grote verrassingen van zoveel plezier opleveren; het zelf ontdekken hiervan zal van positieve invloed op het eindoordeel zijn. J.K. Simmons echter verdient in de rol van krantenbaas J. Jonah Jameson (opnieuw) vermelding als screwball-après la lettre (de gebroeders Coen, vrienden van Raimi, zouden trots zijn op zoveel Hudsucker-esque retro/hommage). Hij komt -bij wijze van uitzondering – zelfs weg met een zekere mate van zelfspot (“A guy named Octavius sprouts eight limbs – what are the odds?”).
Helaas kan Spidey’s zogenaamde ‘origin story’ slechts eenmaal verteld worden – de uitbundigheid waarmee Raimi dat in het eerste deel deed wordt nog wel eens gemist, evenals de memorabele epiloog die natuurlijk niet herhaald kan worden zonder goodwill van het publiek te verspelen. Begrijpelijk, maar jammer. Spider-Man 2 is desalniettemin een sequel die zo goed is als verwacht mocht worden – beter zelfs, in veel opzichten – en tezamen vormen de films hét bewijs dat respect voor en begrip van het bronmateriaal de beste manier is om een verhaal als dit en personages als deze naar het witte doek te vertalen. De tijd dat superheldenfilms gemaakt werden door en voor degenen die superheldenverhalen eigenlijk maar mal vinden, lijkt daarmee voorgoed voorbij. Noem het een Revenge of the Geeks.




















