| Regie: | Bart van Leemputten |
|---|---|
| Cast: | Walter de Donder, Aimé Anthoni, Chris Cauwenbergs, Agnes De Nul, Clara Cleymans, Karin Jacobs, Peter Van den Begin |
| Genre(s): | Familiefilm |
Kabouter Plop, wie kent hem niet? Deze kleine kindervriend uit de Vlaamse sterrenstal van Samson en Gert maakt al jarenlang het Nederlandse televisiescherm onveilig samen met zijn consorten Kabouter Lui, Kabouter Klus en Kabouter Kwebbel. Ook op het witte doek was deze kabouterclan al eerder te bewonderen: De Kabouterschat trok zeshonderd duizend bezoekers, wereldwijd, waarvan het grootste deel profiteerde van de geboden kinderkorting. Waaruit maar weer blijkt dat Marc Dutroux niet de enige is die kinderen in België aanspreekt.
Een sequel kon natuurlijk niet uitblijven, dus togen Samson en Gert naar de Printerette en trachtten zij zich te zetten tot het schrijven van een vervolgscenario. Onvindbaar voor de producent van het naar hen vernoemde televisieprogramma (de Printerette lag namelijk verscholen achter een fors uitgevallen rodondendron), legden zij het laatste loodje, wat het genadeschot bleek voor hun al jaren kwakkelende kinderserie. Na het ontijdige heengaan van de rasacteur en zijn –hond is in hun prive-archief de volgende artistieke nalatenschap aangetroffen: de initiatieriten van de Vrijmetselaarsloge van Diemen-Zuid, Amsterdam West, Amstelveen (Uilenstede) en De Pijp, een eigenhandig beschilderde kartonnen buis van vier meter gevuld met notendoppen, een compromitterende polaroidfoto, 7200 dichtbedrukte A-4tjes, het complete trouwregister van de Moonsekte, een paperclip en een Curverbox, tot aan de bovenste rand toe gevuld met sigarenbandjes. Vooral de zojuist terloops genoemde tweeenzeventig honderd dichtbedrukte A-4tjes bleken van onschatbare waarde; zij vormden de basis voor het door Hans Bourlon verder uitgewerkte en vervolgens door Bart van Leemputten verfilmde scenario van Plop in de Wolken.
Reeds in de openingsscène wordt het Alle Leeftijden predikaat geweld aan gedaan. Plop’s grootvader, Kabouter Knap (‘Knap van naam, kabouter van professie’), ligt op sterven en wordt liefdevol verzorgd door zijn toegewijde knecht Kabouter Slim. Nadat hij een door Kabouter Knap gedicteerde brief naar diens kleinzoon verstuurt met het verzoek zo snel mogelijk te komen met het onontbeerlijke extract van de karbonkelwortel, streelt Slim teder de lange baard van zijn strenge meester. Hoewel hij overduidelijk op het randje van de dood balanceerd, een feit waarvan hij zelf ook derdege op de hoogte is, lijkt de oude baas zich onmiddelijk te realiseren wat dit betekent voor het verdere verloop van de avond. Ook de jeugdige kijker weet wat er in het verschiet ligt en er wordt dan ook discreet overgeschakeld naar de andere kant van het bos, waar Plop de uitbater is van de plaatselijke Melkherberg (geen alcoholvergunning). Tot de stamgasten daar behoren de door narcolepsie geteisterde Kabouter Lui, de neurotische vrouwtjeskabouter Kwebbel en de aan grootheidswaanzin lijdende Kabouter Klus.
Nadat Plop het verzoek van zijn grootvader heeft ontvangen is hij ten einde raad; hij kan de door de dood bedreigde pater familias nooit op tijd kunnen bereiken. De immer inventieve Kabouter Klus biedt soelaas: hij zal een luchtballon bouwen, gemodelleerd naar de in het door een waanzinnig modebeeld geteisterde kabouterdorp populaire dubbelpuntmust. Ze gaan op weg. De race tegen de zandloper kan beginnen.
Een vanuit politiek correct perspectief dubieuze scene dient zich aan vlak nadat onze helden zich met gevaar voor eigen leven een weg hebben weten te banen uit de wurggreep van de tropische storm Pepita. Door een gebrek aan brandstof zijn Plop & Co. genoodzaakt te landen om hout te sprokkelen. Tijdens hun laag-bij-de-grondse zoektocht worden ze geconfronteerd met enkele merkwaardige sujetten, luisterend naar de namen Jeuk, Stink en Snot (op Internet circuleren geruchten dat dit tevens schuilnamen zouden zijn van drie agenten van de Mossad, die op jammerlijke wijze zijn omgekomen tijdens de Zesdaagse Oorlog. (Dit hebben wij helaas niet kunnen verifiëren. (red.))). Men voelt op zijn klompen aan dat dit trio staat voor ‘Het Onbekende’, zeker wanneer men kundig is van hun meest in het oog springende respectievelijke karaktereigenschappen, te weten een zelfs voor kabouterbegrippen overdreven neiging tot het kweken van huidirritaties veroorzakende micro-organismen, een kinderlijk plezier in het verspreiden van onaangename lichaamsgeuren en een auto-kannibalistisch aandoende fascinatie voor een bepaald soort groenkleurig lichaamseigen product dat normaliter slechts in zeer kleine hoeveelheden aangetroffen wordt ter linker- en rechterzijde van het neusschot, mits dit niet weggeteerd is door overmatig gebruik van een zeker narcoticum (C17H21NO4, cocaïne genoemd in de volksneus). Onze kaboutervrienden tonen zich fervente aanhangers van het Vlaamse nationalisme dat inmiddels ook tot diep in het kabouterbos is doorgedrongen, want zij achten zich superieur aan de vriendelijke vreemdelingen die in een verwoede poging tot assimilatie zich de moeite getroosten een grandioos feestmaal voor te schotelen, maar de borden snot vallen niet in de smaak bij onze inderdaad inmiddels niet meer zo sympatieke vrinden. Ook de overbloemde versierpogingen van Kabouter Stink richting Lui sorteren weinig effect.
Enfin, na veel vijven en zessen komt alles toch nog op zijn pootjes terecht. Met Plop in de Wolken heeft regisseur Bart van Leemputten een geslaagde hommage gebracht aan het helaas te vroeg van ons heengegane komische duo Samson en Gert.
















