| Regie: | Gerhard Ertl, Sabine Hiebler |
|---|---|
| Cast: | Meret Becker, Martin Glade, Mavie Hörbiger, Oliver Korittke, Roswitha Meyer, Michael Ostrowski |
Na het zien van Everyday God Kisses Us On The Mouth kon de volgende Tiger Award nominatie alleen maar meevallen. Die film was zo afschuwelijk dat zelfs een filmpje over aambeien bij mestkevers door mij nog enthousiast zou worden ontvangen. Maar Nogo was niet alleen maar een meevaller, het was gewoonweg een steengoede film.
We volgen de perikelen rond een pompstation ergens in Duitsland. Het begint met de zonderlinge pompeigenaar. Omdat hij liever niet heeft dat zijn klanten bij hem binnenkomen is zijn stekkie een “full service” pompstation, oftewel, hij verzorgt de benzine, laat de klant in de auto afrekenen en dan moet de auto weer ophoepelen. Dan blijft er op een dag een meisje hangen dat net zo zonderling is als hijzelf. In eerste instantie blijft ze alleen voor koffie, maar ze gaat nooit meer weg. Samen zakken ze steeds verder weg in vreemd gedrag en stellen zich steeds vijandiger op tegenover de klanten. Uiteindelijk blijven ze zelfs hele dagen binnen met de luxaflex dicht en de pompen gesloten.
Dan springt het verhaal opeens naar een van de klanten van het station. We volgen hem op weg naar zijn huis en vrouw en dan begint er plotseling een verhaallijn die redelijk dramatisch is. De vrouw blijkt een tumor te hebben en heeft nog maar een half jaar te leven. Haar laatste wens voor ze doodgaat: een eigen pompstation. Om dit te kunnen bewerkstelligen maakt ze een plan om haar organen te verkopen: ze gaat immers toch dood, dus waarom er dan niet iets aan verdienen? Haar vriend is het hier niet helemaal mee eens en bedenkt een ander plan.
Dan springt het verhaal naar nog weer een andere klant en krijgen we wederom een andere verhaallijn. Hierin gaat een prostituée op weg naar een begrafenis van haar broer maar komt onderweg met panne terecht bij, jawel, het pompstation. Omdat ze niet verder kan belt ze een ex-vriendje dat inmiddels in de bankroofhandel zit. Samen gaan ze met zijn auto verder en beroven onderweg toevallig (ja, echt waar) een bank. Als zijn auto ook kapot gaat gaan ze terug naar het pompstation. En daar, in het pompstation op het einde van de film, komen de drie koppels uiteindelijk samen en volgt een grappig, lichtelijk voorspelbaar einde.
De constructie van de film is niet echt origineel. Knutselen met verhaallijnen die door elkaar lopen, elkaar beïnvloeden en uiteindelijk samen komen is al zo vaak eerder gedaan, en om eerlijk te zijn nog beter ook. De verdeling tussen de drie verschillende delen is bovendien, in ieder geval voor je gevoel, erg onevenredig. Het eerste deel is vrij lang, het laatste deel erg kort. Wat wel weer erg goed aan de constructie is, is dat de regisseur zo duidelijk de verschillende delen een eigen sfeer heeft meegegeven. Het begin is droogkomisch, het tweede deel ontroerend en dramatisch en het einde is flitsend en “stoer”. Het laatste deel van de film werkt helaas niet zo lekker en je krijgt sterk het vermoeden dat de crew tijdens het maken een Tarantino film op de achtergrond aan hadden staan waar ze af en toe iets van namaakten. De combinatie in zijn geheel werkt wel goed en de drie verschillende sfeertjes worden in de climax subliem tot elkaar gebracht.
Een van de grootste pluspunten aan deze film is het camerawerk. Prachtige stills in avondlicht, establishing shots via enorme spiegelende ruiten en lange, indrukwekkend mooie en soepele trackshots. Als twee mensen een gesprek hebben danst de camera soms in vloeiende bewegingen om ze heen, zo perfect en mooi dat het eigenlijk kleine kunstwerkjes binnen de film zijn.
Bijna alle aspecten van de film stralen een grote souplesse uit. Het begint al bij de openingstitels waar de camera een lange beweging maakt langs het pompstation. Rijden, stilstaan, zoomen en dan op het ritme van langsrijdende auto’s de titels in beeld brengen, bijzonder knap gemaakt.
Duidelijk wordt dat de debuterende regisseurs grote visuele en creatieve talenten zijn. Dit in combinatie met de vondst dat de groenten in het blik er heel anders uitzien dan de groenten op het etiket van het blik (ga maar gewoon de film kijken, dan wordt het wel duidelijk), is in mijn ogen voldoende om die Tiger Award alvast te reserveren.
















