| Regie: | Rob Marshall |
|---|---|
| Cast: | Daniel Day-Lewis, Marion Cotillard, Penélope Cruz, Nicole Kidman, Judi Dench, Kate Hudson, Sophia Loren |
De trailer van Nine is nu al legendarisch. De traditioneel zware voiceover vult namelijk de halve trailer met het uitspreken van de titels van de castleden: ‘Academy Award winner Daniel-Day Lewis’, ‘Academy Award winner Penélope Cruz’, ‘Academy Award winner Nicole Kidman’, ‘And Fergie’… De namen zijn groot, de verwachtingen hooggespannen. En door die zorgvuldig opgebouwde zindering is het dan ook niet verwonderlijk dat Rob Marshalls nieuwste musical zich manifesteert als, tja, een Italiaan in het autoverkeer van Rome: een luidruchtige schreeuwlelijk die ondertussen geen meter verder komt.
Toch verdienen Marshall en zijn team op voorhand lof voor hun moed. Wie zou zich immers op het onzalige plan durven storten om Federico Fellini’s meesterwerk Otto e mezzo (of 8½, uit 1963) om te vormen tot een grootschalige Hollywoodmusical? Nine is een gelikte filmversie van een gelikte musicalversie van een ongepolijst juweel. Nu moet gezegd wordfen dat de grandeur van opera Fellini niet vreemd was, en zijn films vaak balanceren op een kruising tussen film, circus, operette en werkelijk iedere andere kunstvorm. Op die manier zou er ergens in dit project nog een kans van slagen hebben kunnen zitten; het enigma Fellini is immers zo’n caleidoscoop dat geen enkele associatie te vergezocht is.
De beheerste opening van Nine doet vooralsnog het beste vermoeden. In korrelig, groenig zwartwit vertelt Daniel Day-Lewis, als de getroebleerde filmregisseur Guido Contini (Fellini’s toenmalige alter ego), over de essentie van het maken van films. ‘A film dies continuously, only to live again when it is projected on a white screen in front of an audience’. Wat volgt, zijn de worstelingen en avonturen van een cineast in een artistieke impasse, belaagd door een wereld die verlangt naar zijn volgende film, en achtervolgd door alle vrouwen in zijn leven, zowel echt als in herinnering.
En om die vrouwen draait Nine uiteindelijk, net zoals, volgens Marshall en de zijnen, het hele leven van een uomo italiano draait om zijn vrouwelijke tegenhanger. Toegegeven, dit was een boodschap van Fellini, maar slechts een van de vele. Otto e mezzo is door de Hollywoodmachine gereduceerd tot een serie Freudiaanse tableaus, een wereld die bijna uitsluitend plaatsheeft onder de lakens. Daarbij hebben de makers het nodig geacht om iedere Italiaanse referentie nadrukkelijk voor te schotelen. Werkelijk íedere acteur praat Amerikaans met een Italiaans accent, laat af en toe een ‘pronto’ of ‘ciao bella’ vallen en wordt alleen in beeld gebracht met zonnebril, sigaret of bord pasta.
Temidden van die chaos van ‘Italiaansheid’ staat één vrouw fier overeind: Marion Cotillard. De, jawel, ‘Academy award winner’ (voor La vie en rose) doet als enige wat bijna iedereen om haar heen lijkt te vergeten: acteren. Zij maakt van Guido’s vaak bedrogen vrouw Luisa een mens van vlees en bloed, en gebruikt haar solozangnummers niet om haar veelzijdigheid als actrice tentoon te stellen, maar om haar personage te verdiepen. Het resultaat is een onverwacht kippenvel bij iedere scène waar zij binnenstapt. Ook de inmiddels 74-jarige Judi Dench is verrukkelijk als Guido’s kostuumontwerpster en Nestor, en Penélope Cruz slaagde erin ondergetekende met rode oortjes naar huis te sturen. De rest van de cast laat zich echter voortdurend betrappen op danspasjes en zangkunstjes (Day-Lewis, Kate Hudson) of door botox ernstig gehinderd acteerwerk (Nicole Kidman). Fergie (jawel, van de Black Eyed Peas) hoeft zich niet eens hoeft te schamen voor haar stralende acte de présence en wel degelijk aanwezige zangtalent.
Het grootste manco van Nine is de regie van Marshall. Nooit neemt hij de moeite om te verhullen dat dit een toneelstuk is. Al zijn musicalscènes (waarvan de muziek niettemin aanstekelijk en meeslepend is) spelen zich af in een grote studio, en hoewel dat toepasselijk is voor een verhaal over een filmregisseur, maakt het de filmillusie er des te zwakker op. Daarbij lijken deze muzikale scènes niets meer dan intermezzo’s op een narratief dat lijkbleek afsteekt bij zijn illustere voorganger, waarbij alle metatekst is uitvergroot tot hysterisch Hollywooddrama. Ook wanneer Otto e mezzo niet in je geheugen geprent staat, is Nine een klassiek geval van much ado about nothing dat voor het grote publiek onmogelijk interessant kan zijn.
Het lijkt alsof ook Marshall dit erkent; onder de aftiteling laat hij namelijk beelden zien van de acteurs in dans- en zangrepetities. In tegenstelling tot Fellini heeft Marshall uiteindelijk maar een simpele boodschap: zie eens hoe leuk deze acteurs staan te dansen.






















Freudiaanse tableaus, mooi hoor
Bespeur ik daar weer Hoediaans sarcasme…?
Niet eens, een zeldzaam oprecht compliment!