Dit jaar opende het Nederlands Film Festival met de Giphart-verfilming Phileine Zegt Sorry . De hoofdrollen worden vertolkt door Kim van Kooten en Michiel Huisman, de regie lag in handen van Robert Jan Westdijk. Westdijk, die al eerder met Van Kooten samenwerkte ten tijde van zijn debuut Zusje, stond Xi te woord.
Als je terugkijkt op het schrijven, het filmen, de hele periode, is het gelopen zoals je had gepland?
Ik plan niet zoveel eigenlijk. Maar het schrijven ging hartstikke goed, ik had uiteindelijk een versie X, dus tien versies. De eerste gedachte om iets op papier te zetten was volgens mij in februari 2001, in september 2001 kreeg ik met het treatment te maken en in december had ik mijn eerste script af. Een half jaar later had ik vijf versies gemaakt, en tussen november en draaien in maart ook weer 5, dat ging behoorlijk snel. Kwam natuurlijk ook omdat er een boek aan ten grondslag lag, dus dan is het ook veel eenvoudiger.
De financiën waren wel lastig, maar dat is omdat je met de CV regeling te maken hebt, en we hadden de pech dat Soldaat van Oranje 2 net geflopt was en dat er ruzie en rechtszaken waren, dat soort dingen. Het stomme is, Soldaat van Oranje was ooit een goede film, en dus denkt iedereen, dit is een goed project. Maar de zakelijke mensen erachter hadden ruzie met elkaar, en daardoor kwam die hele CV-regeling in een kwaad daglicht te staan. Wij hadden allemaal dingen ingebouwd, zodat je geld terug zou krijgen als het niet door zou gaan, dus bij Phileine speelde het niet, maar dat is een imagoprobleem van het hele ding. Dan verandert de wet weer, moest je weer wachten, heel onhandig. Toen het eenmaal weer duidelijk was met de CV dacht ik, dat gaat gewoon lukken. Het moeilijke moment is dus tussendoor, dat je denkt, wij hebben er alles aan gedaan, nu moeten we kijken of we nog wel de kans krijgen om een CV in de markt te zetten.
Al met al was het enerverend, het was moeizaam, het was leuk, het is een kick. Voor mij is dat als je acteurs het op hun heupen krijgen, dat vond ik het leukste. Als je nou in New York aan het filmen was of in Nederland, dat maakt geen moer uit, als de scène maar klapte. Waar we ook zaten. Dat heb je de ene periode meer dan de andere.
De casting. Samenwerking met Kim van Kooten lijkt logisch, was dat ook zo?
Ja, schrijvend zag ik haar eigenlijk al voor me, daar kon ik niks aan doen. Dus op een gegeven moment vond ik het niet professioneel om zo te denken, dus ik dacht ik moet me even openstellen voor iemand anders, en dacht ik nou misschien moeten we het maar niet meteen aan haar aanbieden. En als ik dan schreef, zag ik onwillekeurig haar gewoon weer lopen daar op dat doek. Toen was het Motel die zei, je wil het gewoon, doe het nou maar, en dat was wel goed.
Michiel Huisman?
Ik was helemaal verrast door Uitgesloten en dacht wie is dat toch, en in Costa! vond ik het ook mooi wat hij deed. En als je terugkijkt hoe hij nu in deze film is en toen in Costa!, dan denk ik, hoe is het mogelijk. Maar soms zie je dingen die gaan komen. Dat je kijkt en een uitstraling ziet en denkt, als ik dat kan uitbelichten dan is dat wat die rol nodig heeft. En dat was in zijn geval een soort eerlijkheid.
En de rest van de cast?
We hebben er lang over gedaan, goed gezocht en een ontzettend leuke groep verzameld vanuit allerlei soorten invalshoeken. LT was moeilijk om te vinden. Nou goed, (lacht) we moesten een soort barbiepop vinden, dat is gewoon gelukt. Je probeert extremen te vinden, zoals het personage Jules, de fans van het boek hebben daar denk ik wel een mening over. We hebben gewoon mensen gevonden die er heel erg voor gingen, dat was belangrijk.
De vorige Giphart-verfilming, Ik Ook Van Jou, werd niet door iedereen even goed ontvangen. Ga je dan niet zenuwachtig zo’n verfilming in?
Nee, ik wil ook heel erg dat de film het boek eer aan doet. Wat dat betreft is het heel eenvoudig. De eerdere scripts heb ik allemaal zelf bedacht, de personages en situaties, en als ik een boek verfilm, dan moet je dat verfilmen zoals het is, tenminste voor zover dat praktisch mogelijk is.
Maar wel in de geest blijven, helemaal in de huid kruipen van het verhaal dat verteld wordt, anders kan je beter je eigen verhaal verzinnen. Er zitten afwijkingen in en daar zal misschien over gezanikt worden, maar ik denk dat het veel belangrijker is dat de lol en brutaliteit van het boek in de film zitten.
Er is ook een stroming in de boekverfilmerij, zo van, je gebruikt een titel en een concept en dan ga je het vervolgens helemaal naar je eigen hand zetten. Dat vind ik in dit geval onzin, dat is ook niet gebeurd. Helaas is het wel zo dat je niet alles kan doen wat in het boek staat, maar je kan wel equivalenten zoeken die hetzelfde vertellen. De Letterman show is natuurlijk een groot deel van het boek, maar wat Giphart er mee wilde zeggen is natuurlijk de medialisering van de gevoelens. De echte Letterman konden we niet krijgen, dan is het ook een beetje onzin om een lookalike te doen, dus hebben we een andere manier gezocht om met haar instant celebrity-dom te spelen, om dat een beetje over the top te krijgen. Maar hele grote dingen uit het boek, kernscènes, die zijn wel helemaal intact. Zoals de voorstelling waar Max een condoom pakt en op het punt staat Joanne te gaan neuken. Dat soort grote scènes hebben we ook. De kleine dingetjes zoals die in het boek zitten, hele kleine terzijdes, of gedachtespinsels van Phileine, hebben een dramatisch ondersteunende rol gekregen die terugkeren. Een soort marmeren hart, heel kitsch, dat door de ruimte zweeft, dat zit in het boek ook. Op een moment vraagt ze zich in het boek ook af, stel je voor dat er wezentjes van een buitenaardse beschaving zouden toekijken, en die zouden denken, “een aantal van deze vreemde wezens zitten in de zaal, en andere staan op het podium en slaan kreten uit, wat moeten we hier mee, S.O.S.” Dan zit er een soort rare afstand ingebouwd, en dacht ik, die twee dingen moet je combineren. Dus dat hart van Phileine en Max dat barst uit elkaar en het brokstuk waar Max op staat stort dan richting aarde om haar opstijgende woede te illustreren. Op die manier een paar kleine spinsels, dat vind zo zijn weg weer in iets visueels.
Het is de opening van het Nederlands Film Festival, hoe vind je dat het gesteld is met de Nederlandse Film?
Daar hou ik me nooit mee bezig eigenlijk. Je moet je toch vooral op je eigen project richten. Je wordt natuurlijk wel beïnvloed door hoe het staat met de Nederlandse film, Phileine was niet mogelijk geweest zonder de CV regeling. Je hebt toch een budget nodig, en dat is mogelijk geworden, dus dat is goed. Ik denk ook dat je je project moet afstemmen op wat de mogelijkheden zijn. Maar je hebt ook andere filmmakers, zoals Jos Stelling, die met De Vliegende Hollander destijds een soort onmogelijkheid heeft verricht. Dat kan ook. Hij heeft zich ook niet iets aangetrokken van wat toen “de Nederlandse film” was.
Ik denk wel dat je kan zeggen dat het niveau de laatste tijd veel beter is, maar dat is eigenlijk al de laatste tien jaar of zo, omdat er veel beter gespeeld wordt, veel meer films zijn. Dat vind ik de belangrijkste dingen. Als je soms de herhalingen ziet van oude series dan denk ik, Jezus wat was dat verdomde slecht. Dat is het voordeel van de Amerikaanse pulp waarmee we overgooit worden, die Amerikanen storten zich wel in het acteren.
Je ziet wel Nederlandse films?
Ja, zeker, meestal tijdens de filmdagen. Dan dompel ik me helemaal onder en ga ik alles zien. En ik ben ook lid van de Dutch Directors Guild, daar heb je 1 keer in de maand een avond waar een film wordt vertoond, en komt de maker. Dat is leuk, dan zit iedereen een beetje zijn mening te geven. Van God Los heb ik ook daar gezien. Ik wil wel zien wat er allemaal gebeurd, maar uiteindelijk moet je toch volgen waar je zelf de meeste passie bij voelt.
Je zou eigenlijk Oesters van Nam Kee gaan regisseren?
Ik was gevraagd, en ik heb daar een stuk of 5 of 6 gesprekken over gevoerd met de scenarioschrijver, maar we hadden gezegd, pas als ik echt denk dat het goed genoeg is wil ik het doen. En ik merkte geleidelijk aan dat ik steeds minder enthousiast werd, en toen heb ik het niet gedaan.
En wat vond je ervan?
Nou, toen ik hem zag was ik dus blij dat ik het niet gedaan had. Het probleem is nog steeds, wat is nou het verhaal? Weet je, het verschil tussen Phileine en Oesters van Nam Kee, ik vond het Oesters van Nam Kee boek op zich best wel goed, maar vond het ook ergens een beetje onpersoonlijk. Phileine heeft zo’n eigen stijl, karakter en idioom. Alles van Giphart heeft een beetje die toon, maar dat is wel zijn toon, en dat vind ik het leuke aan Phileine. Het is een sprekend personage, met een hele eigen stijl en gedachtegoed, dat spreekt mij meer aan, zeker ook omdat het heel erg verwant is met de dingen die ikzelf al deed. Bij Oesters van Nam Kee zou ik toch gaan experimenteren, goh, hoe zou het zijn om als een soort Sam Peckinpah dit te gaan maken. En bij Phileine doe ik het heel erg uit mezelf, ondanks dat het Gipharts boek is. Dat vind ik uiteindelijk belangrijker, want ik ben geen Sam Peckinpah.
Je hebt je een hele poos alleen maar beziggehouden met bedrijfsvideo’s, hoe vertaalt zich dat naar nu?
Het heeft me wel op weg geholpen, omdat ik zo’n direct contact met klanten had. Heel veel van die mensen hebben ook geïnvesteerd in Zusje.
Nog een bepaald commercieel besef aan overgehouden?
Ja, dat wel, maar niet in de zin van, dit doe ik want het scoort, maar, ik wil dit maken, dus daarom doe ik dit. En dat vind ik een hele belangrijke omkering. Ik heb allemaal mensen gebeld toen we die CV hadden, wil je investeren, ik ben de regisseur, mag ik u attenderen op, mag ik u een map toesturen. Heel veel mensen hadden zoiets van, je bent zo enthousiast, en als je zelfs dit doet, dan zal je het wel graag willen maken, ziet er financieel solide uit, ik doe wel mee.
Ik kan niet bijvoorbeeld dat jeuïge elementje erin stoppen terwijl ik er niet van hou, omdat ik denk dat het wel zal scoren. Stel je toch voor dat je iets maakt wat je eigenlijk niet wil maken, waarvan je denkt, dat is goed want het scoort, en het scoort. Wat een ramp zou dat zijn. Dan ga je de rest van je leven denken, dat scoort, ik moet dat nu doen. Zusje scoorde binnen de artscène natuurlijk fantastisch, maar dat was wel puur mezelf. Dus, mooi, blij dat er mensen zijn die dit aanspreekt. Als je dit soort uitspraken doet wordt je al snel in de hoek gezet van oh je denkt niet aan het publiek. Dat vind ik gelul, je moet zorgen dat het publiek snapt waarom jij de film zo interessant vind dat je er 2 jaar van je leven in wil stoppen, met andere woorden, dat je kan uitdragen wat er zo leuk aan is. Dat moet je doen door de film iets mee te geven, je moet wel zorgen dat ze je bedoelingen begrijpen. Je moet niet denken, ik doe wat ik doe, en het maakt niet uit, daar geloof ik niet in, je moet wel degelijk willen communiceren.
Welke dromen heb je nog?
Ik heb geen eindideaal, dat lijkt me ook erg vervelend. Want dan heb je dat gemaakt, en dan? Er lopen wel wat projecten waarvan ik hoop dat ik er sneller mee aan de slag kan dan met Phileine. Maar dat ligt aan mezelf. Als ik Oesters had gedaan was ik eerder weer met een speelfilm gekomen. Maar dat is mijn probleem, en daar zit ook het talent kennelijk in, ik kan het alleen maar doen als ik er echt in geloof, en dat kan je niet afdwingen.
















