Ja Zuster, Nee Zuster

10 juni, 2004 | Recensie / review door: Mike Peek
Regie: Pieter Kramer
Cast: Loes Luca, Paul Kooij, Tjitske Reidinga, Waldemar Torenstra, Paul de Leeuw, Beppe Costa, Edo Brunner
Genre(s): ,

Op maandagavond tijdens het NFF was de wereldpremière van De Olifant en de Slak, een charmant animatiefilmpje gemaakt door Christa Moesker. Het verhaaltje is simpel: een olifant komt een slak tegen in het bos. Het regent hevig, en de slak vraagt de olifant of deze wil komen schuilen in zijn huisje. Dat gaat natuurlijk niet goed, en de olifant vernielt het huisje. De slak is in eerste instantie verdrietig, maar komt door het ongeval toch ook tot nieuwe inzichten. Dat is ook direct de moraal van het 6 minuten durende filmpje, dat door het publiek met applaus werd ontvangen. Toch had De Olifant en de Slak de pech geprogrammeerd te staan als korte film voor de meest geanticipeerde Nederlandse film van het jaar, Ja Zuster, Nee Zuster.

De ellenlange lijst van bedankjes die de makers van tevoren uitspraken maakten het publiek wat onrustig, ook al omdat het programma (zoals te veel dit NFF) weer flink te laat begon. Toen de openingscredits van de hoofdfilm eenmaal rolden was het leed echter snel vergeten.

Die openingscredits zijn namelijk zonder enige twijfel de mooiste die de Nederlandse cinema ooit heeft opgeleverd. Speels, onconventioneel en kleurrijk; deze opening past precies bij de aard van het verhaal, zoals eigenlijk de gehele (zeer geconstrueerde) cinematografie de sfeer ademt van Annie M.G. Schmidt. Het verhaal zal bij velen bekend zijn, maar toch voor de volledigheid: Zuster Klivia (Loes Luca) is de baas in het rusthuis dat haar naam draagt. Haar huisbaas, buurman Boordevol (Paul Kooij) doet er echter alles aan om Klivia en haar ‘huisgenoten’ weg te krijgen. Elk akkefietje pakt hij aan om naar de rechter te stappen, maar tot nu toe met weinig succes. Als Klivia de bandiet Gerrit (Waldemar Torenstra) in huis neemt ziet Boordevol kansen om definitief af te rekenen met zijn luidruchtige buren.

Die weg is bezaaid met absurde situaties en ontzettend vrolijke liedjes die van Ja Zuster, Nee Zuster vooral een meezinger maken. De film draait niet zozeer om de ontwikkeling van het plot, als wel om de situaties die daartoe leiden. De musical-scènes zijn een lust voor het oog door de prachtige decors en dito dans, maar ook de segmenten waarin niet gezongen wordt zijn door de heerlijk foute personages het bekijken waard. Dat ligt niet in de laatste plaats aan de casting; vrijwel alle acteurs zijn geknipt voor hun rol. Loes Luca’s ontwapenende mimiek in combinatie met haar krachtige voorkomen maken haar tot de enige reële keuze voor zuster Klivia, en ook Paul Kooij heeft goed doorgehad dat voor zijn rol van buurman Boordevol geldt: hoe groter, hoe beter. Vreemde eend in de bijt is Paul de Leeuw. De op zich grappige homo-erotische onderlaag in de film wordt door de Leeuw totaal om zeep geholpen. Zijn rol als kapper Wouter slaat op alle fronten de plank mis: de subtiliteit van het gegeven wordt door de Leeuw’s standaard gezichtsuitdrukkingen die hij al zo vaak in andere situaties toonde totaal teniet gedaan. Hij is de enige acteur die zijn eigen persoonlijkheid belangrijker lijkt te vinden dan de film, en dat doet de vraag rijzen waarom de makers van Ja Zuster, Nee Zuster niet hebben gekozen voor een wat onbekendere acteur. De naam Paul de Leeuw is natuurlijk een publiekstrekker, maar een wat neutralere benadering van de rol was voor de film als geheel beter geweest.

Het is een behoorlijke misser, maar de film is sterk genoeg om dit manco op te kunnen vangen. Voor ouderen zal de film een golf van nostalgie met zich meebrengen, terwijl hij voor kinderen net zo leuk is als de televisieserie was voor vorige generaties. Dit is waarschijnlijk de grootste kracht van Ja Zuster, Nee Zuster: de tijdloze kwaliteit van Annie M.G. Schmidt’s werk wordt zeer goed bewaard, maar aan de andere kant is ook niet vergeten het verhaal te overgieten met een sausje van humor anno 2002. Bovendien werd maandagavond al wel duidelijk dat stilzitten bij de film vrijwel onmogelijk is. Het was nog wat onwennig, maar hier en daar bewogen al hele rijen stoelen mee op de deuntjes van ‘m’n opa, m’n opa, m’n opa’, een fenomeen dat hopelijk groter zal groeien als de eerste schaamte eenmaal voorbij is. Ik voorspel in de nabije toekomst speciale openluchtvoorstellingen zodat mensen naar hartelust mee kunnen zingen en dansen. Vergeet uw Kliviahoedje dus niet en doe gezellig mee: Ja Zuster, Nee Zuster wordt The Rocky Horror Picture Show van de lage landen.

(Deze recensie verscheen eerder als nieuwsitem ‘NFF: Dag 6 – Annie Forever’)

Meer van dit soort artikelen? Abonneer je op de Xi-online.nl nieuwsbrief of RSS Feed.

Reageer

Elke donderdag onze nieuwsbrief met artikelen, aankondigingen en prijsvragen in je mailbox!

inschrijven