IFFR 2010 Dag 6: De wereld volgens Godard

(On)conventionele films en de heilige voeten van Abebe Bikila.

Bekijk video IFFR 2010 Dag 6: De wereld volgens Godard
3 februari, 2010 | door: Timo Koren

Ik hou mezelf weleens voor dat ik een brede filmsmaak heb, maar daar blijkt eigen maar weinig van waar te zijn. Op het IFFR, waar ik keuze heb uit Vietnamese buffeldrama’s, Oezbeekse herderstragedies en expressionistische chickflicks, kies ik vrijwel nooit voor dergelijke exotische traagfilmerij. Ook vandaag word ik weer met mijn eigen beperkte smaak geconfronteerd: de films die ik uitkies zijn nauw verbonden met andere hobby’s (Atletu; hardlopen), herbergen een zeer gangbare thematiek (punk, de jaren tachtig en jongeren; All That I Love) of zijn simpelweg van oude bekenden (Jean-Luc Godard, François Truffaut; Numéro Deux en Two in the Wave).

Met name Godard blijkt, zelfs zonder dat er een retrospectief aan hem wordt gewijd, nog steeds relevant. Het festival vertoont zijn film Numéro Deux uit 1974, in het kader van het ‘Back to the Future’-programma. Daarnaast is er de documentaire Two in the Wave over hem en François Truffaut te zien en worden er verschillende keren citaten van hem aangehaald. Enfin, Numéro Deux is Godards radicale stijlbreuk met zijn Nouvelle Vague-tijd en veel meer een vormexperiment en een politiek pamflet dan een speelfilm. Hij toont een gezin op een televisiescherm, soms op één, soms op twee. Daarvoor en daarna zien we hem tussen zijn apparatuur zitten en een monoloog afsteken. Van een verhaal is geen sprake, er klinkt een onbekende vrouwenstem tussen de scènes door, er verschijnen constant tussentitels en zwart-wit en kleur vinden elkaar op hetzelfde scherm, door elkaar heen.

Daarnaast is het ook inhoudelijk extreem. Alle afkeer van Godard tegen de globaliserende samenleving komt voorbij, en de dialogen zijn voornamelijk een statement tegen het kapitalistische establishment. Expliciete seks schuwt hij niet; hij laat de ouders in de film aan hun kinderen uitleggen hoe ze seks hebben. Het is een film die Godard niet als filmer laat zien, maar als provocateur. Als vormexperiment is het razend interessant, als film weinig imponerend.

Gelukkig besluit ik daarna naar de eerder genoemde documentaire Two in the Wave te gaan, die laat zien hoe François Truffaut en Jean-Luc Godard uit elkaar groeiden, vlak na de Parijse studentenopstand in mei 1968, voornamelijk omdat laatstgenoemde radicaliseerde. Het biedt een aangename context bij wat ik net gezien heb en helpt me Godards experiment beter te plaatsen.

Het was een opvallend conventionele documentaire, zeer informatief maar als film niet bijster interessant. We zien interessante oude opnames, van films tot interviews. Langzaam wordt de relatie tussen de twee uitgelegd, van hun recensentenperiode bij Cahiers du Cinéma tot de studentenopstand in mei 1968. Keurig chronologisch, netjes en helder uitgelegd door verschillende vertellers die zelf niet in beeld komen. Het meest geestige is een oud interview met de superjonge acteur Jean-Pierre Léaud die in films van beide makers meespeelde. Helaas verschijnt dat pas tijdens de aftiteling. Met de schat aan archiefmateriaal die wordt opengetrokken, zou er in een dergelijke documentaire toch meer moeten hebben gezeten.

Eerder op de dag zag ik iets wat werd aangeprezen als een onconventionele documentaire, een biopic en reisverslag in één. Het is Atletu, over de Ethiopische atleet Abebe Bikila die in 1960 de wereld verbaasde door als eerste Afrikaan de marathon op de Olympische Spelen te winnen. Op blote voeten nota bene, want de schoenen die hij had gekregen zaten niet lekker. Het is meer een speelfilm dan een documentaire, die handelt over zijn latere jaren, toen hij aan beide benen verlamd raakte na een auto-ongeluk. Archiefbeelden van zijn overwinningen in Rome in 1960 en Tokyo in 1964 (dan wel op schoenen), vormen zijn herinnering. Hoewel de film soms wat mat aandoet, hebben de makers een bijzonder fijne muzieksmaak: van Ethiopische jazz tot Sigur Rós. De heldenstatus van Bikila blijft natuurlijk, een man aan wie ik vaak zal denken tijdens mijn eindeloze rondjes op natgeregende atletiekbanen.

Als laatste zie ik All That I Love, over een groep Poolse jongeren die in een punkband zitten, tegen de achtergrond van Polen in de jaren tachtig. Het communisme heeft al lang niet meer de unanieme steun van de bevolking, maar de censuur is nog steeds aanwezig. Langzaam begint dat zich te mengen met de levens van de personages. Echt punk wordt de film nooit, daarvoor ligt het tempo te laag en bestaat de soundtrack te veel uit klassieke muziek. Wat we wel zien is een groep jongeren met idealen, een intrigerend portret van Polen en een vleugje romantiek. Want, zo zegt het meisje in de film tegen de zanger: ‘ik heb veel aan je gedacht’. Ondanks dat mijn verwachtingen anders waren, was het eenfijne film, die subtiel een vrij complexe situatie schetst. Met een radicaal andere boodschap dan Godard vanmiddag. Lang leve de conventies.

Meer van dit soort artikelen? Abonneer je op de Xi-online.nl nieuwsbrief of RSS Feed.

Reageer

Elke donderdag onze nieuwsbrief met artikelen, aankondigingen en prijsvragen in je mailbox!

inschrijven