China Calling: Fujian Blue & Er Dong

Chinese cinema belooft veel goeds.

China Calling: Fujian Blue & Er Dong
28 januari, 2010 | door: Bart Delwig

Het Internationaal Film Festival Rotterdam komt er weer aan. Dit beroemde festival toont ieder jaar een groot scala aan films van over de hele wereld. Een land dat ieder jaar flink vertegenwoordigd wordt, is China. Om alvast een aanzet te geven tot het IFFR 2010, brengt Filmfreaks een aantal films uit van afgelopen jaar. Twee daarvan zijn Fujian Blue en Er Dong. Deze twee films laten zien hoe divers het aanbod uit één land kan zijn. Niet alleen qua onderwerp of stijl, maar ook wat betreft kwaliteit.

Fujian Blue is een traag drama, verteld in twee delen. De twee delen zijn gesitueerd in de Chineese zuidoostelijke kustprovincie Fujian waar, 25 jaar na het ‘Open Deur’-beleid, alle facetten van het moderne China te vinden zijn. In het eerste deel, The Neon Knights, draait het om een tienerbende, aangevoerd door Roppongi en Amerika, die hun uitgaansleven en consumptiegedrag financieren met het afpersen van vreemdgaande toelageweduwes. At Home At Sea speelt zich af in een verarmd vissersplaatsje waar Dragon, een van de bendeleden, ondergedoken is. Terwijl de bende hem de zorg voor een koffer met inhoud heeft gegeven, probeert hij zijn familie te helpen het land in gesmokkeld te worden.

Fujian Blue is zo’n film waar de potentie vanaf druipt, maar waar niks uit de verf wil komen. Interessante personages worden niet goed uitgediept, terwijl oninteressante karakters te veel aandacht krijgen. Het verhaal is fictief, maar veel situaties doen zich ook in het echt voor. Hier maken de regisseurs Chen Fei en Weng Yu echter weinig gebruik van. Voornamelijk het eerste deel weet maar weinig te boeien. Het tweede deel is veel meer ingetogen, maar weet de aandacht van de kijker nog net vast te houden. Het is echter al te laat; Fujian Blue had een aardige debuutfilm kunnen zijn, maar is nu niks meer dan een gemiste kans.

Er Dong, de hoofdpersoon van deze gelijknamige film, woont alleen met zijn moeder in een klein dorp en groeit op voor galg en rad. Ten einde raad brengt zijn moeder hem naar een christelijke school, in de hoop dat Er Dong hier orde, regelmaat en God zal vinden – en hopelijk ook een beroep leert. Maar hij vindt slechts een vriendinnetje, Chang’e. Ze worden van school gestuurd en beginnen aan een onzeker leven samen. Het blijkt niet eenvoudig de kost te verdienen. Dan begint ook nog het verleden op te spelen: wie was Er Dongs vader?

Er Dong neemt net zoals Fujian Blue zijn tijd om een verhaal te vertellen, maar het grote verschil is dat er ook daadwerkelijk iets verteld wordt. Hoewel de cinematografie niet van hoogstaande kwaliteit is – we bespreken hier immers een amateurfilm – leidt het niet af. De speelduur van 150 minuten is aan de lange kant, maar het zorgt er wel voor dat je echt iemand leert kennen. Voor heel even wordt Er Dong een deel van je eigen leven, en dat is bijzonder. Het soms tegenvallende acteerwerk, de kleine clichés in het verhaal en een paar trage scènes zijn jammer, maar doen niet af aan de bijzondere ervaring die Er Dong de kijker biedt.

Er Dong en Fujian Blue laten het diverse aanbod van de moderne Chinese cinema zien. Sommige verhalen zijn traditioneel en doen terugverlangen naar het oude China, terwijl anderen juist de effecten van de modernisering laten zien. China is een land om in de gaten te houden, ook als het op films aankomt. Ik kijk er dan ook naar uit om dit jaar op het IFFR wat verborgen parels te ontdekken

Meer van dit soort artikelen? Abonneer je op de Xi-online.nl nieuwsbrief of RSS Feed.

Reageer

Elke donderdag onze nieuwsbrief met artikelen, aankondigingen en prijsvragen in je mailbox!

inschrijven