Sanne Veerman
Waiting To Exhale
De zogenaamde 'vrouwenfilms' die Hollywood de laatste jaren in een gestaag tempo uitperst zijn doorgaans niet van al te hoge kwaliteit. Zeker niet wanneer deze films door mannen geregisseerd zijn. Waiting To Exhale is ook door een man geregisseerd, akteur Forest Whitaker, maar ditmaal blijft de schade beperkt. Whitaker weet goed om te gaan met zijn hoofdrolspeelsters en ziet zich gesteund door een redelijk intelligent script dat stereotypen en vals sentiment grotendeels vermijdt. Het verhaal draait om vier vriendinnen die allen relatieproblemen hebben. Scheidingen, homofiele echtgenoten, one-night-stands, louche opportunisten en zachte eitjes- het zit er allemaal in. We zien de vrouwen afzonderlijk als het gaat om hun ervaringen met de mannen en samen wanneer het gaat over het klagen over diezelfde mannen. Omdat de meeste tijd uitgaat naar de afzonderlijke verhaallijnen en minder naar de onderlinge vriendschap tussen de vriendinnen hangt de film een beetje als los zand aan elkaar en komt de vriendschap niet echt over. Vooral Whitney Houston's personage beweegt zich een beetje in een vacuum; tussen haar en de overige drie vrouwen is totaal geen geloofwaardig contact. Houston akteert redelijk (en zingt de soundtrack weer eens hinderlijk vol) maar ze wordt weggespeeld door Angela Bassett en nieuwkomers Lela Rochon en Loretta Devine. Maar dat zijn tenslotte aktrices. De mannen komen er vanzelfsprekend slecht vanaf. Het is triest dat Whitaker de vrouwen wel goed portretteerd maar de mannen in vrijwel iedere scene het onderspit laat delven. Slechts Gregory Hines en Wesley Snipes (die niet eens op de credits staat) hebben rollen van betekenis. Beide zijn weduwnaar en 'zachtaardig'. Met de macho mannen wordt korte metten gemaakt. De film hult zich in rustgevende bruine kleurtjes en zou niet misstaan op een koffietafel. Tegen het einde van de film hebben alleen Devine en Bassett kans op een relatie. Het doel van deze film was om eindelijk eens een realistisch portret te schetsen van het leven van zwarte vrouwen. Erg representatief kan de film uiteindelijk niet zijn, aangezien drie van de vier vrouwen zeer hoge posities in de maatschappij innemen en volledig buiten de alledaagse werkelijkheid lijken te staan. Ze bewegen zich op een topniveau vooral bevolkt door blanken, die er zo mogelijk nog slechter afkomen dan de zwarte mannen. De verhulde racistische opmerkingen zijn niet van de lucht. Het zwarte Amerikaanse publiek zal zeggen "right on!", maar voor de overige kijkers is het nogal bedenkelijk. — Lees verder
Vampire In Brooklyn
Het is een understatement om te zeggen dat Eddie Murphy's carrière in het slop zit. Hij zit de laatste jaren vrijwel constant in slechte films en een comeback lijkt onwaarschijnlijk. Hij lijkt zijn originaliteit en komische kracht eind jaren '80 reeds te hebben verloren. Een Murphy in het nauw maakt gekke sprongen; deze serieus (!) bedoelde horrorfilm is zelfs voor een aan lager wal geraakt akteur te bespottelijk voor woorden. Op papier zag het er niet eens zo slecht uit- een serieuze rol in een horrorfilm en dit alles onder regie van horrorpionier Wes Craven. Craven beleefde de laatste jaren commercieel en artistiek succes met intelligente films als The People Under The Stairs en New Nightmare. Nu kan hij weer van voren af aan beginnen.
Vampire In Brooklyn is een zeldzaam knullige film die verveelt van begin tot eind en kan bogen op het grootste arsenaal cliche's van de laatste jaren. Murphy is een eeuwenoude vampier die per boot de haven van New York binnenkomt. Daar gaat hij op zoek naar een partner, die al snel gevonden wordt in de persoon van nerveuze politieagente Angela Bassett. Zij blijkt in verband te staan met het duistere verleden van Murphy. What else is new.
Direct al in de eerste minuten wordt de kijker in verwarring gebracht. Is dit grappig of serieus bedoeld? Murphy, met zijn houten teksten en nog houterige vertolking, denkt bezig te zijn met een diepzinnige horrorfilm, maar de vele 'komische' bijrollen en visuele grappen scheppen sterk het gevoel dat we hier in Naked Gun-gebied zijn aanbelandt. Murphy zet weer effectief een aantal tiepetjes neer, dit keer een dominee en een Italiaanse crimineel, maar deze scènes zijn, hoewel amusant, volkomen misplaatst. Bassett is heel erg slecht als de politieagente, evenals Allen Payne als de held die het uiteraard ook op haar heeft voorzien. Hun personages zijn karikaturen van de ergste soort. Het beste uit de strijd komt nog Kadeem Hardison ('Dwayne Wayne' uit de TV-serie Different World), hier zonder maf brilletje en gaandeweg ook zonder wat lichaamsdelen. Hij is redelijk op dreef als Murphy's loopjongen maar trekt de film definitief richting komedie.
Craven toont vreemd genoeg een zekere flair voor komedie, maar zijn eerste 'Hollywoodfilm' ontbeert horror en een script. Craven beschikt echter over voldoende talent om zich terug te werken naar de top. De dood van zijn vampierpersonage lijkt aan de andere kant tekenend voor de filmcarrière van Murphy. Staak door het hart en het graf in. — Lees verder
Terminal Velocity
De pafferige Charlie Sheen kon met de hoofdrol in deze vergezochte maar onderhoudende aktiefilm het aangename verenigen met het nuttige. Hij zag de kans om anderhalf uur zwartgallige wisecracks rond te strooien en kon door de vele parachutesprongen wat aan de lijn doen. Zijn buik ziet er inmiddels heel wat minder opgezwollen uit dan in zijn laatste inhoudsloze film, The Chase. Terminal Velocity is heel wat beter. De plot is vrij belachelijk en heeft te maken met atoombommen en het Oostblok; beide elementen kunnen tegenwoordig absoluut niet meer. De aktiescenes zijn echter voortreffelijk. Vooral de stunts die te maken hebben met het uit vliegtuigen vallen van allerlei zaken (niet alleen personen) zorgen bij de kijker voor een flinke adrenaline rush. Voor het vrouwelijk schoon zorgt de uitgerangeerde aktrice Nastassja Kinski, die er nog heel behoorlijk uitziet. Haar artistieke capaciteiten zijn wat minder dan haar lichamelijke, maar temidden van al dat lawaai en geweld zijn de akteurs toch van ondergeschikt belang. Net als bij de andere parachutisten-film van het moment, Drop Zone , geldt hier: verstand op nul en vallen maar. Al snel is deze mengeling van spektakel, illogica en zeer ironische one-liners dan erg aanstekelijk. De belachelijke speech van Kinski over kernwapens en vrede op aarde evenaart bijna die van Steven Seagal in On Deadly Ground. Bijna dan. You can't beat the King. — Lees verder
Tank Girl
Eeén ding is zeker: saai is Tank Girl niet. In een hoog tempo combineert de film vele genres tot een razendsnelle en oogverblindende...ja, wat eigenlijk? Tekenfilm, komedie, aktie, avontuur, SF, musical- het zit er allemaal in. Alleen rest nu de vraag: waarom? Waarschijnlijk was de film heel wat beter geweest wanneer de makers niet gepoogd hadden om zoveel halfbakken ideeen in hun werk te stoppen. Lori Petty speelt de titelfiguur, een brutale en seksueel vrijgevochten mafkees die ergens in de toekomst (uiteraard is de hele aarde vergaan en een woestenij geworden) te maken krijgt met schurk Malcolm McDowell. McDowell is een groothandelaar in 'Water and Power' en streeft naar de alleenheerschappij. Om hem te bevechten sluit Petty zich aan bij een groepje engerds, 'Rippers' genoemd. — Lees verder
Surviving Picasso
De films van regisseur James Ivory staan bekend om hun uitstekend akteerwerk en uitvoerige aandacht voor periode-detail. In zijn nieuwste film ontbreekt het hier ook zeker niet aan. Wel ontbreekt het de film aan een hart, iets waar Ivory's vorige, het zeer levenloze en nogal van iedere vorm van drama gespeende Jefferson In Paris, ook mee te kampen had. Surviving Picasso is gelukkig wel een stuk beter, niet alleen door de betere personages maar ook door het interessantere verhaal. Anthony Hopkins speelt Pablo Picasso, de zeer intelligente maar nogal egoïstische en soms zelfs sadistische schilder die in zijn leven nogal wat vrouwen heeft versleten. Daar gaat de film ook vooral over; over zijn vele relaties met vrouwen, vooral zijn relatie met Francoise (Natasha McElhone).
Het schilderen is in de film slechts bijzaak. We zien Hopkins op gezette momenten iets op een schilderdoek kliederen vergezeld van één of andere wazige theorie over schilderen, maar verder ontstaat er bij de kijker geen inzicht in het werk van de kunstenaar. Dit heeft natuurlijk voordelen; een kijker die niet zo geïnteresseerd is in de schilderkunst of zelfs ook maar in de kunstenaar Picasso hoeft zich dan niet twee uur zitten vervelen met een film over hoe Picasso staat te schilderen. Een wijze beslissing wat mij betreft, zeker wanneer je bedenkt dat iedere poging om kunst op het scherm te recreëren meestal gedoemd is tot mislukken, maar dan moet er wel iets bijzonders tegenover staan. En hier schiet de film enigzins tekort. Picasso's liefdesleven is interessant genoeg om een hele film te vullen, maar het geheel wil maar niet meeslepend worden.
Hopkins zet weer eens een indrukwekkende rol neer en weet van de onsympathieke Picasso een multidimensionaal personage te maken, maar toch raak je als kijker niet echt bij de gebeurtenissen betrokken. Nieuwkomer McElhone, die eigenlijk de hoofdrol speelt, is ook geweldig als de liefde van zijn leven. Zij is een frisse, uitzonderlijk mooie verschijning en eist in zoveel scenes de aandacht voor zich op dat ze Hopkins bijna van het scherm speelt. De sympathie van de kijker ligt dan ook hoofdzakelijk bij haar personage, maar ook McElhone slaagt er niet in om echt boeiend drama te creëëren. De supporting cast bestaat uit uitstekende akteurs als Julianne Moore (als één van Picasso's andere vrouwen) en Josh Ackland (als de schilder Matisse). Niet dat deze akteurs de kans krijgen zich te profileren: de aandacht blijft steevast gevestigd op de wisselvallige relatie tussen Hopkins en McElhone.
De film is iets minder statisch gefilmd dan vele eerdere films van Ivory, misschien te danken aan het feit dat het verhaal iets moderner is dan in de meeste van zijn films. Natuurlijk blijft het een beetje mooifilmerij, maar de aanwezigheid van zowaar een paar jump-cuts in de openingsscene is toch verfrissend in een Ivory-film. Al met al een niet onaardige maar wel wat afstandelijke film, die net als Jefferson In Paris iets te abrupt eindigt. — Lees verder
Star Trek: generations
De producenten van de Star Trek-films beseften na het succes van deel zes al snel dat ze zich danig in de vingers hadden gesneden toen ze die film als laatste Star Trek-avontuur hadden gepresenteerd. Je slacht natuurlijk niet de kip met de gouden eieren. Captain Kirk werd daarom uit het bejaardentehuis gehaald en er werd krampachtig een nieuw verhaaltje bedacht dat de oude crew van het sterreschip Enterprise zou kunnen koppelen aan de nieuwe. Dit om eventuele verdere vervolgfilms te garanderen. Zo gezegd zo gedaan. In deze aflevering is Kirk even te gast op de Enterprise (met nieuwe bemanning) en hij is nog maar net een paar minuten aan boord of er dient zich een nieuwe crisis aan. Erger nog- Kirk wordt opgeblazen en verdwijnt spoorloos in het heelal! Een schok voor de echte fans - Trekkies - die bij de speciale voorpremiere zo kwaad werden dat de studio de film terugstuurde naar de montagekamer om Kirk een waardiger einde te doen toekomen. Al met al is dit duidelijk een film voor de fans van de nieuwe TV-serie. De nieuwe kapitein van de Enterprise, Picard, en zijn crew krijgen verreweg de meeste screentime toebedeeld. De herintroduktie van de oude bemanning is slechts een slim maniertje om alle fans te behouden. Dit neemt niet weg dat de film uiterst genietbaar is. Het verhaal (over een geheime dimensie waar iedereen zich constant gelukkig voelt- Woodstock?) en de personages zijn interessant en Malcolm McDowell is een redelijke schurk. Het speciale effecten-team levert weer een topprestatie af- vooral de scene waarin de Enterprise een noodlanding moet maken op een planeet is adembenemend. En Kirk? Je gelooft toch zeker zelf niet dat hij echt dood is? Wees niet verbaast als hij in deel 8 de commandokamer in komt rijden met een rolstoel. You can't keep a good Kirk down. — Lees verder
Streetfighter
Het leek een tijdje steeds beter te gaan met de filmcarriere van de 'muscles from Brussels'. In Van Damme's laatste paar films viel duidelijk een opgaande lijn te bespeuren. Eerst het aardige Universal Soldier, toen de geslaagde aktiefilm Hard Target... Helaas, het onvermijdelijke verval begon met Timecop, een onderhoudende maar weinig originele SF-film, en het wordt hier doorgezet met de dubieuze verfilming van het Nintendo spelletje Streetfighter II.
Van Damme is houteriger dan ooit in zijn rol van een opstandige soldaat in een soort VN-leger dat de strijd aanbindt met dictator Raul Julia. Julia is een of ander derde wereldland binnengevallen en roept zichzelf a la Saddam Hussein uit tot een soort god. Dit laat Van Damme natuurlijk niet op zich zitten. Gesteund door een allegaartje van bevriende vechters, allen personages uit het videospelletje plus Kylie Minogue (!), dringt hij het hoofdkwartier van Julia binnen om een grote groep gegijzelden te bevrijden en Julia van de troon te stoten. Je zou denken dat Van Damme's fysiek en botte optreden uitermate geschikt zou zijn voor een dergelijk stompzinnig concept, maar dit valt behoorlijk tegen. Zijn toch niet al te literaire teksten rollen als ruw grind uit zijn mond en hij delft in werkelijk iedere scene het onderspit. Wanneer hij zelfs weggespeelt wordt door Kylie Minogue weet je dat er iets mis is met de film. Gelukkig is daar nog de betrouwbare Julia, die hier zijn laatste filmrol neerzet. Oke, hij is wat belachelijk in zijn rooie pak en zet nu niet bepaald een subtiele schurk neer, maar zijn lange pompeuze monologen en spitsvondige one-liners zijn best vermakelijk.
Het geheel is vlot gefilmd door de debuterende De Souza (een zeer verdienstelijke scriptschrijver voor aktiefilms, oa Die Hard), die goed weet hoe hij een constant tempo moet aanhouden en erin slaagt de film geen moment te laten vervelen. De aktiescenes zijn prima en voor weinig eisende aktiekijkers zal de film makkelijk genoeg te verteren zijn. Jammer alleen dat Van Damme steeds door het beeld loopt. — Lees verder
Star Trek First Contact
Dit is de eerste Star Trek-film waarin slechts de cast van de tv-serie The Next Generation meedoet. In de vorige Star Trek-film, Generations, stierf captain Kirk en werd aldus afscheid genomen van de oude cast van de Enterprise. Met deze film moest de nieuwe lichting zich dus zien te bewijzen. Hierin is men zeer goed geslaagd, want First Contact is één van de beste Star Trek films ooit. Het is zeker een verbetering ten opzichte van het wisselvallige Generations: die film had duidelijk te lijden onder een warrig script dat resulteerde in een behoorlijke anti-climax en er was gewoon te weinig spektakel om de aandacht vast te houden.
Regisseur Jonathan Frakes heeft duidelijk van de fouten van de vorige film geleerd, al was hij daar slechts als akteur bij betrokken. Voor deze First Contact werd een uitstekend script gebruikt, donkerder van toon, met veel meer aktie, special effects en betere personages. Het tempo van de film ligt hoger, het camerawerk is beter en de akteurs zijn beter op elkaar ingespeeld. Het verhaal draait om de aloude tegenstanders van captain Picard, de Borg, een ras van intelligente synthetische levensvormen die alle levensvormen, en in dit geval de mensheid, wil assimileren. In een grootscheeps ruimtegevecht met de Borg ontsnapt een vijandelijk schip naar aarde, waarna de Enterprise de achtervolging inzet. Men komt terecht in een tijdkromming, waar blijkt dat de aarde inmiddels helemaal is overgenomen door de Borg. De Borg hebben dus de geschiedenis verandert. De Enterprise moet dan terugkeren naar een punt in de geschiedenis waar het eerste contact met buitenaards leven tot stand is gekomen om de loop van de geschiedenis weer goed te krijgen. Een vrij complex verhaal, maar het wordt begrijpelijk en zeer onderhoudend uitgewerkt.
Op aarde speelt zich de belangrijkste verhaallijn af: de ontmoeting tussen de crew van de Enterprise met de geflipte uitvinder van het eerste ruimteschip dat contact maakt met buitenaards leven. Deze uitvinder wordt briljant vertolkt door akteur James Cromwell, die één van de meest gedenkwaardige personages uit alle Star Trek-films neerzet. Hij zorgt voor een flinke dosis humor maar tegelijkertijd ook voor een reeks gevoelige momenten. Vooral de climax, waarin het eerste contact met buitenaards leven tot stand komt, is verrassend indrukwekkend. Patrick Stewart, als Picard, is hier ook zeer op dreef en levert een ijzersterke vertolking af. Hij is vooral sterk in de dramatische scenes met de partner van Cromwell, Alfre Woodard. Temidden van alle aktie en speciale effecten is hij toch een rots in de branding met zijn indringende vertolking. Akteurs uit andere Star Trek spin-off series als Voyager en Deep Space Nine duiken hier en daar op voor de kenners, maar ook voor minder fanatieke science fiction-fans is dit een niet te missen film. De speciale effecten zijn geweldig, de aktiescenes opwindend en het verhaal meeslepend. Als de filmreeks zo doorgaat mogen ze er wat mij betreft nog heel wat maken. — Lees verder
Stargate
Deze dappere poging om de grootschalige SF-film nieuw leven in te blazen is helaas maar gedeeltelijk gelukt. Aan het verhaal ligt het niet, dat is origineel genoeg: in Egypte wordt bij de piramides een werktuig gevonden dat de doorgang vormt naar een andere wereld. Daar aangekomen blijkt dat de Egyptenaren eigenlijk buitenaardse wezens geweest zijn. Geflopte professor James Spader en de levensmoeie Kurt Russell worden opgescheept met de taak die nieuwe wereld uit te pluizen. Tot zover zit alles snor. De premisse weet de nieuwsgierigheid te prikkelen en de oplossing van het raadsel rondom het 'stargate' is bijzonder spannend uitgevoerd. De speciale effecten zijn ook prima en de decors zijn slechts minimaal karton. De problemen van de film beginnen wanneer de aktie zich helemaal terugtrekt op de nieuwe planeet. Het tempo en de beweging stokken daar nogal en we worden opgescheept met allerlei cliché woestijnfiguren met nogal aardse problemen. Dit hele subplot hoort meer thuis in een tweederangs Indiana Jones-film dan in een science-fictionepos. Het zaakje wordt nog verergerd door Spader, die en passant als slijmbal uit de hoek komt en een intergalactische relatie aanknoopt met een inheemse schoonheid. Koppel daaraan Russell's problematische personage die te pas en te onpas begint te kermen over zijn overleden zoontje en je hebt een hele akte in de film die totaal niet door de beugel kan. Het van The Abyss gejatte tweede subplot met een atoombom is al niet veel beter. Gelukkig is daar nog het special effects-team om op kritieke momenten het zaakje te redden. Ondersteund door opzwepende muziek in de stijl van Star Wars wordt er op strategische momenten zo'n stroom van mooie effecten over ons uitgestort dat het rammelende script niet eens zo opvalt. Een intrigerende gegeven met veel spektakel maakt echter nog geen goede film. Regisseur Emerich begint net als in zijn vorige film, Universal Soldier, met een aantal climaxen en weet dan niet meer hoe hij het zaakje moet afronden. Bij die film had hij nog het excuus dat de houterige Van Damme de film ondermijnde; wat is hier zijn excuus? Misschien het feit dat hij geen George Lucas is. — Lees verder
Species
Species heeft een origineel gegeven.
Amerika heeft een aantal satellieten de ruimte in gestuurd met
aan boord informatie over de aarde, in de hoop buitenaardse
beschavingen kennis te laten maken met het leven hier. Op een
dag komen er vanuit de ruimte twee berichten terug. Een is een
formule om een mileuvriendelijke brandstof te maken, de andere
is een DNA-code. Vanuit deze laatste wordt een mens
ontwikkeld, door de buitenaardse code te kruisen met een
menselijke. Dan begint de ellende. Er is een monster ontstaan,
dat ontsnapt van de legerbasis en aan het moorden slaat. Tot
zover is Species een prima thriller. De spanning is goed
opgebouwd en je zet je schrap voor de technische hoogstandjes
die vast en zeker gaan komen. De problemen van de film
beginnen echter wanneer projectleider Ben Kingsley een
specialisten-team bij elkaar brengt bestaande uit onder andere
mensenjager Michael Madsen en medium Forest Whitaker. Dit team
is zo hopeloos cliché en ongeloofwaardig dat je sympathie al
snel bij het monster gaat liggen. Temeer omdat dit een
oogverblindende mooie vrouw is, neergezet door het canadese
fotomodel Natasja Henstridge. Het is bijna jammer haar
sporadisch te zien veranderen in het monster. Het team dat
haar moet opsporen klungelt maar wat aan en toont geen enkel
professionalisme, ook al wil de film ons doen geloven dat we
hier te maken hebben met een groep topmensen. Madsen als good
guy werkt gewoon niet omdat hij maar een gezichtsuitdrukking
kent, die geschikt is voor een schurkenrol, maar niet voor de
steeds softer wordende lulhannes die hij hier neerzet. Ben
Kingsley weet helemaal niet meer wat hij moet doen en loopt
maar een beetje achter de gebeurtenissen aan. Op het
technische vlak stelt de film gelukkig niet teleur. Het
monster, SIL genaamd, is prachtig ontworpen door Alien-
ontwerper H.R. Giger. Het is niet helemaal origineel, maar
door de vele gedaanteverwisselingen valt dit niet zo op.
Effectief is het zeker. Helaas kampt ook het monster met
vergezochte plotlijnen en raakt het al snel richting en
motivatie kwijt. Alles eindigt in voorspelbare achtervolgingen
en uiteindelijk in het verplichte enge riool annex studio,
waar het crack-team van professionals het monster op de
bekende manier afschiet. Natuurlijk levert Madsen het laatste
schot onder een catchy variant op "die, you mutherfucker". De
toeschouwer voelt er dan meer voor om te roepen "fuck you,
Madsen!" Maar helaas, Madsen wint ook nog het hart van zijn
vrouwelijke partner (ook een topspecialist, maar dat spreekt
voor zich) en maakt zich uit de voeten, het publiek
achterlatend met een totaal overbodig open einde. Species 2? I
don't think so. — Lees verder
Somebody to Love
Na het succes van zijn onderhoudende en originele film In The Soup kreeg regisseur Alexandre Rockwell onvermijdelijk de beschikking over meer geld voor zijn volgende film. Er konden meer sterakteurs worden aangetrokken in de vorm van Rosie Perez en Harvey Keitel en de nieuwe film zou meer diepgang krijgen. Nu levert geld niet meteen diepgang op, dat blijkt hier al snel. De doorgaans grenzeloos irriterende Perez speelt een 'taxi-dancer', een danseres die in een tweederangs bar tegen betaling met een aaneenschakeling van losers danst. In deze bar treffen we Tarantino-oudgedienden Harvey Keitel (als Perez' uitgerangeerde akteursvriend) en Steve Buscemi (als travestiet) aan. Ook grijnst de kijker van een van de muren een levensgrote poster van In The Soup tegemoet- Rockwell's idee van een subtiele verwijzing. — Lees verder
SNAKE EYES
N
a een flinke vertraging (en een titelverandering- de film heet nu Dangerous Game) bereikt deze halfbakken poging van Madonna om een cultpubliek aan te spreken dan toch de bioscopen. De film is een verhaal over het produktieproces van een film; regisseur Harvey Keitel (daar is ie weer!) maakt een film over een yuppen-koppel dat ten onder gaat aan drugs, drank en ruzies. Madonna en James Russo spelen in die film de hoofdrollen. Keitel is zo fanatiek dat hij zijn akteurs naar de rand van de afgrond brengt, waarbij hij echter zijn eigen huwelijksproblemen onder tafel schuift. Uiteindelijk mondt alles uit in chaos en de teloorgang van alle betrokkenen. Een moraallesje voor regisseurs is er ook bij; ga niet tever wat betreft het pushen van je akteurs, anders ga je op je bek.
De vraag is wat de kijker hiermee aan moet. Er wordt prima geacteerd, vooral door een van alle glamour ontdane Madonna. In de ene na de andere scene wordt ze geslagen, verrot gescholden en zelfs verkracht, maar ze blijft overeind. Jammer alleen dat deze goede rol (en die van powerhouse Keitel) eigenlijk verspilt is aan de middelmatigheid van de film. Een tijdje is alles nog wel aardig en onderhoudend, maar zodra het echte drama zich aankondigt wordt de film zwaar op de hand en ongepast ambitieus. Het gebrek aan sympathieke personages belemmert de identificatie en het verhaal loopt ruim een half uur voor tijd hopeloos vast. Het geheel had waarschijnlijk beter gewerkt als toneelstuk. Maar ja, dan had Madonna weer een kans gemist om haar imago als actrice op te vijzelen. Haar imago is weer in orde, nu alleen nog een bijpassende goede film. Misschien heeft ze meer geluk in haar meest recente poging om cult-faam te bereiken: enig geslijm bij Tarantino heeft haar een rol in het vierlijk Four Rooms opgelevert. — Lees verder
















